Toch weer naar Marokko: voorjaar 2026; deel 2
Vrijdag 23 januari
Het is nog vroeg als we opnieuw afscheid nemen. Deze keer van Paul en Arendien, van de afscheidsreceptie van gisteren. Wat het weer betreft was het een dag met vele gezichten. Die begint met regen zo tot een uur of tien. En om één uur breekt de zon door en wordt het heerlijk warm buiten. Binnen de kortste keren komen overal stoelen te voorschijn en verschijnen er camperaars in een zomerse outfit. Dat genoegen duurt tot drie uur, wanneer de lucht weer helemaal betrekt en het weer fris wordt. Uitgerekend om vier uur begint het weer te regenen op het moment dat we door Jan en Pieta uitgenodigd zijn voor werkoverleg. Oftewel het bespreken van de verdere reisplannen. Als dat niet buiten kan, dan maar binnen, roept Pieta. Uiteindelijk zitten we met z’n achten in een tweepersoons camper: knus, lekker warm en gezellig. De conclusie van het werkoverleg is, dat vrijwel iedereen de komende week naar Tafraout gaat: wij in elk geval komende maandag. Om zes uur, net na het werkoverleg, is het weer droog. En dat komt goed uit, want we moeten de bestelde couscous ophalen uit het restaurant. Weet u nog, vrijdag is het hier couscous dag. En om het verhaal over het weer af te sluiten: om een uur of acht begint het erg hard te waaien. En daar had niet iedereen op gerekend. Er moeten nogal wat luifels, stoelen en tafels in veiligheid gebracht worden.
Een bord couscous met saus van het campingrestaurant
Zaterdag 24 januari
Op de planning voor vandaag stond een fietstochtje naar het dorp voor wat boodschappen. Als we opstaan zien we een flauw zonnetje, maar al snel begint het te regenen. En dat gaat de hele ochtend door. Door schade en schande wijs geworden weten we dat als de straten nat zijn, je niet op de fiets naar Aourir moet gaan. Je weet dan zeker dat je onder de bruine smurrie weer thuis komt. Rond het middaguur wordt het gelukkig droog, maar het blijft fris. In de loop van de middag komt de nieuwe camper van Myran en Peter, van Endless on Wheels, de camping oprijden. Zij reizen op dit moment met een groep door Marokko. Elke vrijdagmiddag verschijnt er een vlog met de belevenissen van de afgelopen week. Een paar jaar geleden zaten wij in de rubriek “Gluren bij de buren”. Het weerzien is weer allerhartelijkst en we hebben weer lekker bij zitten kletsen. En Peter heeft heerlijke koffie. Tegen vier uur is het weer tijd voor een bijeenkomst. André, de buurman van een paar campers verder, is vandaag 81 jaar geworden: en dat moet gevierd worden. Met een drankje en heerlijke hapjes van zijn vrouw Mieke, wordt het natuurlijk weer een gezellige boel. En dat alles kan gelukkig buiten deze keer, maar dan wel met warme vesten aan.
Op de koffie bij Myran en Peter (en Luca) van Endless on Wheels.
Zondag 25 januari
Onze laatste dag in Aourir; althans voorlopig. Wellicht dat we hier op de terugweg nog een keer terecht komen. In de ochtend gaan we boodschappen doen in het dorp. Een zondagochtend in Aourir en daar merk je helemaal niets van. Alles is open en het is er even druk als op andere dagen. Wij gaan voor de groente en het fruit. Maar de kwaliteit valt wat tegen vandaag. Voor mooie, verse spullen moet je toch echt op de markt op de woensdag zijn. Een uitzondering daarop zijn bananen. Er zitten hier wat zaakjes die enkel bananen verkopen. Kleintjes als je ze vergelijkt met die bij ons in Nederland verkocht worden. Maar ze zijn een keer zo lekker. Bij de verkoper een tros aanwijzen en aangeven voor hoeveel gewicht je wilt hebben: de man snijdt dan meestal precies de juiste hoeveelheid bananen af. Bananen die overigens op veel plaatsen hier langs de kust verbouwd worden. Vandaag geen bijeenkomsten om iets te vieren. Daar hebben we ook geen tijd voor: er moet ingepakt worden. Morgenvroeg vertrekken we om half tien naar Tafraout. Met een tussenstop bij de Carrefour. Speciaal voor producten die enkel bij dergelijke grote supermarkten te krijgen zijn. We reizen samen met Jan en Pieta, dus moet het helemaal goed komen. We hebben er zin in!
Onze bananenman vandaag in Aourir.
Een groenteboer in Aourir.
Maandag 26 januari
We hebben een leuke dag achter de rug. Al om negen uur vertrekken we van de camping in Aourir, na afscheid te hebben genomen van vrienden en bekenden. Met Jan en Pieta in ons spoor nemen we de “omweg” richting Tafraout. Een mooie route via het dorp Alma, die uiteindelijk uitkomt op de N1 in Agadir. Een grote vierbaansweg langs allerlei gebouwen van grote instellingen. En langs het voetbalstadion van Agadir. Eén van de complexen waar tijdens het wereldkampioenschap voetbal in 2030 (!) gespeeld gaat worden. De hele omgeving en de wegbermen zijn er al helemaal klaar voor met veel groen, bloemen en planten. De eerste stop is bij de Carrefour, waar het erg rustig is. De meeste klanten zijn Franse camperaars. Vooral de drankafdeling is erg in trek. Na de koffiepauze gaan we echt op pad. En eenmaal uit de drukte van Agadir, wordt de route steeds fraaier, mede door het prachtige weer: het is een zonovergoten dag. De route over de mooie stad Ait Baha, is een heuse bergrit. Ergens halverwege ligt een prachtig aangelegde parkeerplaats met de naam Ighir Ifran. Ideaal om er even te pauzeren en C te eten. Eten wat we overigens delen met twee nog jonge hondjes: we konden het niet laten. Tot veertig kilometer voor Tafraout is het een prima weg om te rijden. Maar daarna is het oppassen geblazen: het asfalt wordt steeds smaller met scherpe rafelranden. Nogal lastig bij het passeren van tegenliggers; maar met wat geven en nemen gaat dat allemaal goed gelukkig. Ook zijn er veel sporen van waterschade, ontstaan tijdens de hevige regenval van de afgelopen weken. Rond half vijf zijn we in Tafraout: het voelt als thuiskomen. Er staan al behoorlijk veel campers: de plek waar we een paar jaar achtereen gestaan hebben, is echter nog vrij. Ook Jan en Pieta staan in de buurt. We worden welkom geheten door Kees, Dinie, Toni, Nezha, de wasmevrouw, Alain en de bewaker. En, erg belangrijk, we hebben tot half zeven buiten kunnen zitten, in de zon. Die gaat hier dan pas onder. De middagen zijn hier anderhalf uur langer dan in Aourir. Overigens zijn we van alle kanten gewaarschuwd voor de koude nachten hier. We zijn goed voorbereid middels extra dekens enzovoort. Echter op dit moment, het is nu half elf, is het nog vijftien graden in de camper. En daar hoeft de kachel niet voor aan.
Coordinaten: N29.72190, W8.98438.
Tijd voor koffie op de parkeerplaats van Ighir Ifran.
Tot half zeven in de zon in Tafraout.
Dinsdag 27 januari
Het was een erg rustige nacht in Tafraout: we hebben zelfs geen blaffende honden gehoord. Honden kom je zo wie zo weinig tegen in Tafraout: kennelijk wordt er vanuit de gemeente paal en perk gesteld aan een ongebreidelde wildgroei. Geen idee hoe, en dat willen we eigenlijk ook niet weten. Behalve de rustige nacht viel ons ook de temperatuur alleszins mee. De extra dekens hebben we niet nodig gehad. Natuurlijk is het fris bij het opstaan, zoals het overal fris was bij het opstaan tot nu toe deze reis. Maar als de zon eenmaal tevoorschijn komt, warmt het snel op: hier in Tafraout even na negen uur. De dag staat in het teken van begroeten en kennismaken. In de ochtend lopen we even door het centrum en worden her en der herkend en begroet. Een bijzondere ontmoeting was er met onze voormalige “pindaman”. We hebben eerder vaak pinda’s bij hem gekocht, maar daar is hij helaas mee gestopt. Het waarom hebben we niet begrepen. Dan de ontmoeting met onze “jus d’oranjeman”. We hebben jaren lang verse jus bij hem gedronken tot vorig jaar: toen zat de zaak dicht. Maar vandaag was hij er weer en werd de reden van de sluiting vorig jaar duidelijk. Hij is een half jaar ziek geweest: ernstige voetproblemen ten gevolge van diabetes mellitus. Een triest verhaal met name vanwege het onzekere toekomstperspectief. Het wordt de komende dagen weer veel verse jus drinken bij hem. Een nuttige ontmoeting had Wobbie met Said, die samen met MoMo een spuiterij heeft. Daar is vorig jaar onze achterbumper overgespoten. En daar zit nu een “sinaasappelhuidje” op. Er worden excuses aangeboden en we moeten terugkomen: de bumper wordt gratis overgedaan. Het gaat wat ver om alle ontmoetingen vandaag te beschrijven. Veel met bekende Marokkanen, maar ook met Nederlanders, waaronder Marian die ons herkende van deze site en Polarsteps. Morgenvroeg gaan we naar de markt met ook al een “oude” bekende: Arjan Burggraaf is hier vandaag op een camping aangekomen.
Onze plek in het Keteldal in Tafraout.
Het “zuiderlicht” boven Tafraout (denken wij).
Woensdag 28 januari
De ochtend begint nogal somber. Er hangen dikke wolken uitgerekend rond de bergkam waar de zon op moet komen. En daar waar die vanavond zal ondergaan is de lucht blauw; niet helemaal onze bedoeling. We gaan dus naar de markt. En daar is het rond elf uur nog erg rustig; waarschijnlijk vanwege het sombere weer. De kwaliteit van de groente en het fruit valt zoals gewoonlijk nogal tegen, zeker in vergelijking met de spullen op de markt in Aourir. In deze regio wordt vrijwel niets verbouwd en de groente en het fruit moeten van ver komen. Vroeger was deze regio beroemd vanwege de enorme hoeveelheid amandelbomen en dus noten. Maar daar is vrijwel niets van over: Overal zie je restanten van verdroogde amandelbomen: een triest gezicht. Na het bezoek aan de markt gaan we naar het plein waar onze jus-man zit. En daar breekt de zon door! Precies op tijd om aan de verse jus te gaan: en die was was weer ouderwets lekker. In de middag tutten we wat in en om de camper. Wat lezen, puzzelen, vogeltjes voeren een praatje hier en daar en water halen. Er staan nu voor het eerst een paar grote watertanks op het terrein. Die zijn voor algemeen gebruik en worden dagelijks gevuld. Helemaal gratis, maar je moet er wel mee sjouwen. Voor de luie camperaars rijden er overigens ook nog steeds waterwagens rond. Voor een paar euro’s krijg je dan water in de camper. Voor in de avond gaan we, samen met Arjan voor het eerst uit eten in Tafraout. De keuze is deze keer gevallen op Restaurant La Kasba. Daar hebben we een paar jaar geleden ook samen gegeten. Voor omgerekend nog geen tien euro per persoon krijg je er een driegangen menu, met koffie na. We hebben er heerlijk gegeten. Volgens ons is het één van de betere eetgelegenheden hier in Tafraout.
Vanmorgen op de markt, vanavond waarschijnlijk in een tajine (we bedoelen het pluimvee).
Aan de verse jus.
Donderdag 29 januari
Het is weer tijd voor een goede wasbeurt: op naar de hamam dus en daar onder de douche. Op ons vaste adres met nog altijd dezelfde man achter het loket. En ook de prijzen zijn al jaren niet veranderd: nog steeds één euro vijftig per persoon. Heerlijke douches en erg warm: het vergt wat geduld om de juiste temperatuur in te stellen. Na het douchen moeten we het internet tegoed opwaarderen. Gisteravond bleek opeens dat we door de gigabytes heen waren. Precies op het moment dat Wim deze site wilde bijwerken. Ook voor dat opwaarderen hebben we een vast adres. Beter gezegd, dat hadden we. We komen er twee keer voor een dichte deur. Dus naar het kantoor van Maroc Telecom, waar we prima geholpen worden door een aardige man. Voor ons een mevrouw die alle mogelijkheden van het internet in Marokko wil weten: en dat in het Engels. Iets in de trand van ‘’kijken kijken maar niet kopen”. Wij zijn makkelijke klanten: vragen naar de kosten en snel beslissen. Voor omgerekend twintig euro hebben we veertig gigabytes gedurende een maand. De man heeft het zo voor elkaar. Een fooi wordt niet aangenomen: hij is een ambtenaar! De volgende keer gaan we kijken of hij de verleiding van Hollandse stroopwafels kan weerstaan. Na de middag gaan we samen een blokje om, richting een naburig dorp. Door dat dorp liep tot vorig jaar een veredelde zandweg; vreselijk om daar met een camper overheen te rijden. Maar dat is nu een asfaltweg geworden, waar overigens nu al weer gaten in zitten. Terug bij de camper komen we vier nieuwe bewoners van “Kamp Holland’ tegen. Het zijn Ria, Frank, André en Mieke, zij komen uit Aourir. Behalve die twee campers zien we ook voortdurend anderen het terrein op rijden. Dat kunnen we goed in de gaten houden want we hebben (nog) uitzicht op de ingang van het terrein. En dan tot slot nog even over het weer. Het was een zwaar bewolkte dag en nog fris ook. Pas om half zes kwam de zon te voorschijn: te laat om de dag nog goed te maken. Het is nog geen “Tafraout” weer.
Ook dit jaar mag een plaatje van het mooiste rotsblok van Tafraout niet ontbreken.
Vrijdag 30 januari
Was gisteren de stemming enigszins in mineur vanwege het sombere, frisse weer, vandaag ziet Tafraout er weer heel anders uit. We hebben de zon de hele dag gezien, zij het af en toe door wat sluierbewolking. In de ochtend maken we met Arjan een wandeling door een deel van het “keteldal”. Ergens, helemaal achteraan, staan wat tenten van “nomaden”. Volgens verhalen verblijven die in de wintermaanden hier om met de geiten rond te trekken. In de zomermaanden zijn ze thuis omdat het hier dan veel te warm is. Overigens zijn de bouwsels nauwelijks het woord tent waardig. We komen uit bij de begraafplaats van Tafraout. Daar waar tot voor een paar jaar geleden een graf werd gemarkeerd met enkel een natuursteen, zie je nu steeds meer herkenbare gemetselde graven met teksten. Bij een graf zien we een klein meisje met waarschijnlijk haar moeder een ritueel uitvoeren. Kennelijk om te rouwen of iemand te herdenken. Een nogal aandoenlijk tafereel, waar je natuurlijk geen foto’s van maakt. Het eindput van de wandeling is de open-lucht garage van MoMo en Said. we moeten een afspraak maken voor het overspuiten van de achterbumper. Komende dinsdag om tien uur worden we er verwacht. De middag brengen we grotendeels door in de luie stoelen. Wat lezen, een praatje hier en daar, water halen en dat soort gedoe. Aan het einde van de middag komt de wasmevrouw Nezha langs. Jan en Pieta hebben bij haar een tajine besteld: maaltijden verzorgen doet ze ook. Wij zijn in blijde verwachting van twee zakken met schone kleren. Zowel de tajine als de schone kleren trekken de nodige belangstelling. En Nazha vindt het helemaal niet erg dat ze op de foto gezet wordt. Voor elke opname wordt een andere houding aangenomen. Hoe een tajine en twee waszakken voor een hoop lol kunnen zorgen. Maar Nezha moet weer verder met nog een auto vol waszakken die nog elders bezorgd moeten worden.
Eén van de bouwsels van de nomaden.
Nezha: voor de was en maaltijden bezorgd aan de camper.
Zaterdag 31 januari
Alweer een heerlijke dag in Tafraout. Als om negen uur in de ochtend de zon te voorschijn moet komen, houd je nog even je hart vast. Maar om tien uur is de bewolking opgelost en wordt het weer een stralende dag. We zitten bijna de hele dag buiten te lezen en te puzzelen. Pas om een uur of vier gaan we op de fiets het dorp in. Eerst aan de verse jus en daarna voor afspraken naar de kapper. Wim kan snel geholpen worden, Wobbie is maandag aan de beurt. De knipbeurt van Wim duurt precies een half uur. Alle haren boven de schouders worden aangepakt. Daar zijn twee tondeuses, een kam, schaar en een scheermes voor nodig. Die laatste wordt gebruikt om alle baardharen te verwijderen. Ook de moustache?; oui, die ook. Het is een traditie geworden om één keer per jaar het gezicht te ontharen. En dat mag alleen onze kapper in Tafraout doen. Aan het einde van de middag gaan we weer uit eten. Deze keer bij het “kippenrestaurant” Harbaz, waar even later Frank en Ria ook binnenkomen. Er wordt snel een tafeltje bijgeschoven. Over het eten kunnen we kort zijn: eenvoudig maar niet duur.
Een vaste gast van ons terras.
Zondag 1 februari
Een zonovergoten, warme dag in het keteldal: tijd voor een wandeling. We gaan de vallei in waar zich het gehucht “Oud Tafraout” bevindt. Om daar te komen moet je via een brug een erg diep afwateringskanaal oversteken. Vanuit de diepte klinkt een klagend gemekker. Daar loopt een nog erg klein geitje in paniek heen en weer te rennen. Pogingen van de herder om het beestje te lokken, werken averechts. Wim loopt een paar honderd meter terug om een plek te zoeken waar hij in het (droge) afvoerkanaal kan klauteren. De herder heeft aan de andere kant hetzelfde gedaan en samen weten ze het arme beestje in te sluiten. Gelukkig is de herder wat handiger dan Wim in het grijpen van een geit. Het is nog een hele toer om met z’n drieën. herder, Wim en geit, uit het afwateringskanaal te komen. Wim wordt bedankt voor de bewezen diensten; maar vooral Wobbie voor de aanwijzingen. Onze dag is nog maar net begonnen en kan nu al niet meer stuk. Het vervolg van de wandeling is prachtig. Oud Tafraout staat vol met fraaie Marokkaanse villa’s. Allemaal vakantiehuizen van rijke Marokkanen. En dat in een adembenemend landschap met bizarre rotsformaties. In deze tijd van het jaar erg stil, we komen er bijna geen mens tegen. Na bijna zes kilometer zijn we terug bij de camper: voor vandaag hebben we genoeg beweging gehad. Na de middagpauze is het tijd voor een gezellige bijeenkomst. We zijn uitgenodigd om oliebollen te komen eten bij Jan en Pieta. Gebakken door Jan op een bijzondere manier: volgens hem lijken het meer trollen dan bollen. Overigens is de smaak prima. Een bijzondere ervaring: oliebollen op 1 februari, in Tafraout, bij 25 graden. Behalve oliebollen heeft Pieta voor de twaalf gasten nog veel meer hapjes klaar gemaakt. Een bijzondere bijeenkomst en goed van eten en drinken dus. Met tegen het einde nog een onverwachte gast: Mohammed Farih van de beroemde garage hier. Mohammed heeft een neus voor gezellige bijeenkomsten met hapjes, maar vooral drankjes. Graag onder een parasol want dan ziet Allah het niet. Vandaag is er water bezorgd bij onze camper. Het was even zoeken naar de juiste waterman; er rijden er hier een viertal rond. De waterman die wij willen hebben is tevens de ambulancechauffeur van Tafraout, ook al een Mohammed. Die heeft Wobbie vorig jaar na de tweede val naar het ziekenhuis van Tiznit gebracht: en dat schept een band. Aan het einde van de middag komt hij nogmaals langs, nu met zijn dochtertje van elf maanden. Wij zijn een volle tank water rijker en een pak stroopwafels armer.
De herder met de geredde geit.
De oliebollen bijeenkomst bij Jan en Pieta.
Mohammed, waterman en ambulancechauffeur, met dochter.
Maandag 2 februari
We moeten vandaag eerst weer onder de douche bij de hamam. Wobbie moet om elf uur bij kapper Abdu zijn. En eerst zelf je haren wassen is wat handiger dan het geknoei in een klein bakje bij hem. De knipbeurt gaat gesmeerd. Na een half uur zijn de kapper en de klant tevreden. Na de kapper is de schoenmaker aan de beurt. Ook hij moet aan de slag. Elke keer als we hier komen zijn er wel een paar schoenen die gerestaureerd moeten worden: altijd bij dezelfde schoenmaker. Hij herkent ons onmiddellijk en de begroeting is hartelijk. Omdat we toch in de buurt zijn gaan we weer aan de verse jus. Het is er gezellig druk op het leukste pleintje van Tafraout. Dus duurt het even voor we aan de beurt zijn. Maar we hebben geen haast; we zakken wat onderuit en zien het leven van alle dag in Tafraout aan ons voorbij trekken. Na de middag gaan we weer fietsen. Samen met Arjan gaan we naar de gekleurde rotsen. Vroeger waren dat blauw geverfde rotspartijen, maar een paar jaar geleden zijn ze in meerdere kleuren overgespoten. Het is één van de grootste bezienswaardigheden hier in deze streek. Vandaag is het er erg rustig. Tot voor kort stonden ook daar altijd wel een aantal campers “vrij”. Maar er komen steeds meer verbodsborden: overnachten met een camper mag er niet meer. We begonnen de dag met veel zon, maar naarmate die vorderde kreeg de bewolking de overhand en werd het uitgesproken fris. Rond zeven uur miezerde het zelfs een klein beetje. Nattigheid die we morgen niet kunnen gebruiken. We moeten om tien uur bij de garage van MoMo en Said zijn voor het opnieuw spuiten van de achterbumper van de camper. Dat wordt weer een avontuur op zich.
Kapper Abdu en klant Wobbie.
Het kostte een paar liter verf, maar dan heb je ook wat.
Dinsdag 3 februari
Weer een bijzondere dag in Tafraout. We moeten om tien uur bij de garage van MoMo en Said zijn. En dat is een open lucht garage met enkel een spuitcabine. Alles wordt buiten gedaan, behalve het serieuze spuitwerk; dat wordt in die cabine gedaan. Als we er stipt op tijd aankomen, is het er een drukte van jewelste. Wel zes campers komen er tegelijk binnen op het toch al overvolle terrein. Alles staat propvol. Maar volgens goed Marokkaans gebruik, als het niet kan zoals het moet, moet het maar zoals het kan, staat iedereen uiteindelijk ergens. Wij dus ook en binnen de kortste keren is er een monteur bij ons aan het werk. Deze keer een Pietje precies. Eindeloos schuren (nat) met de hand, plamuren, weer schuren, afplakken, in de primer zetten en tenslotte aflakken. Gewoon spuiten in de buitenlucht en dat alles zonder enige bescherming. In Nederland zouden bij de Arbo dienst alle alarmbellen afgaan. Uiteraard voorzien we de monteur van koffie, cola en koeken. Om een uur of vier is de bumper weer als nieuw en zouden we terug kunnen naar het grote veld. Maar dat doen we niet want morgen moet er nog een oneffenheid aan een dakrand weggewerkt worden. We hebben geen zin om heen en weer te rijden. Bovendien hebben we hier stroom en dat is handig om wat spullen op te laden. Hoe lang dat goed gaat is nog maar de vraag. Alle aansluitingen zijn doorgelust: je moet goed onthouden waar jouw stekker in welke katrol zit. Voor in de avond gaan we weer uit eten met Arjan. We willen naar Restaurant Marrakech, maar die gaat pas om zeven uur open. Het alternatief is niet zo moeilijk, het wordt weer La Kasba. Het is er gezellig druk en het eten is er prima. De weg terug naar de camper is een hele uitdaging. Het is acht uur geweest en erg donker, vooral in de steeg en over het gravelveld vol grote keien. Maar we komen heelhuids de camper weer in. Er zo is er alweer een dag voorbij. Met veel zon, maar ook weer een frisse wind.
Het garageterrein van MoMo en Said.
Onze monteur aan het werk.
Woensdag 4 februari
Dag twee bij de garage van MoMo, waar het vannacht erg rustig was. En de dag komt hier laat op gang. Tot een uur of tien is er nog geen monteur te bekennen. Pas daarna komt er wat leven in de brouwerij. Wij gaan met Arjan eerst naar de markt. En ook nu weer valt de kwaliteit van groente en fruit erg tegen. Voor goede spullen moeten we toch echt bij “onze” groenteboer zijn. Maar we komen niet met lege handen thuis. We vinden weer een man met vers gebrande pinda’s. Hij herkent ons nog van het vorige jaar. We begrijpen dat hij ons als vaste klanten beschouwd, hetgeen bevestigd wordt met een ferme handdruk. Met de pinda’s en een paar gebakjes is de buit wat de markt betreft wel binnen. Omdat Wobbie wat schaafwondjes heeft opgelopen die slecht helen gaan we naar een “pharmacie”. De man daar weet precies wat ze nodig heeft: een antibiotica kuurtje. Gewoon te koop zonder doktersrecept. En mocht het doosje leeg zijn en is de kwaal nog niet over, haal je gewoon weer een nieuw vol doosje. Als we terug komen bij de camper, hoe toevallig, wordt er net een monteur aan het werk gezet. Uiteindelijk is om half vier de klus geklaard en na nog een half uurtje drogen, gaan we terug naar onze plek op het grote veld. Die plek, met twee grondzeilen en fietsen, is goed bewaakt door Jan en Pieta. Het installeren gaat snel en het is of we helemaal niet weggeweest zijn. Op het terras van Jan en Pieta komen we bij, natuurlijk onder het genot van een hapje en een drankje. Ook vanavond gaan we weer uit eten. Deze keer twee eenvoudige maaltijden: Wobbie een stuk geroosterde kip met van alles erbij en Wim een dubbele hamburger. Voor omgerekend tien euro kunnen we er weer even tegen.
Nog maar eens een plaatje van de markt.
De tweede monteur aan het werk; gewoon spuiten in de buitenlucht.
Donderdag 5 februari
Een dag met volop zon en een heerlijke temperatuur. Dus veel onder de luifel zitten en tussendoor rommelen. We hebben de camper iets anders gezet, waardoor we wat meer “in het lood” staan. De bedden zijn verschoond, de garage is opgeruimd en meer van dat soort nuttige dingen. In de middag is er enige opwinding bij de camper van Jan en Pieta. Zij hebben een probleem met de stroomvoorziening. Het kunnen de zonnepanelen zijn, of de laadregelaar, misschien wel de accu, en wie weet de aansluitingen. Iedereen die er wel of geen verstand van heeft, komt met adviezen. Uiteindelijk is het wachten op een monteur die er echt verstand van heeft. Maar wanneer die komt weet alleen Allah. Aan het einde van de middag gaan we nog even naar het dorp. Gisteren hebben we een horloge afgegeven bij Ali, de juwelier. Het knopje om de tijd in te stellen was afgebroken. En wat we helemaal niet verwacht hadden, Ali heeft het ding gerepareerd. Voor niets, want we worden beschouwd als vaste klanten. Maar dat willen we natuurlijk niet: de bijdrage wordt verlegen geaccepteerd. De tweede en laatste stop is bij de winkel met cosmetische producten. Ook daar zijn we al vaker geweest. We hebben weer voor een jaar genoeg argaanolie, lippenbalsem en Marokkaanse Midelgan tegen spierpijn. We werden er geholpen door een leuke vent. Hij sprak goed Engels en had gevoel voor humor. En hij was leergierig; maar het uitspreken van “tot ziens’ viel niet mee.
Een winkel vol zalfjes, crèmepjes, lotionnetjes enzovoort.
Vrijdag 6 februari
Als we opstaan is het een natte boel buiten: het heeft vannacht geregend. En om ons heen zitten erg donkere, dreigende wolken. Maar het waait hard waardoor die wolken de bergen over geblazen worden. Wat overblijft is erg veel sluierbewolking en dus die harde, koude wind. Al vroeg in de ochtend gaan we naar de hamam. Het is vrijdag tenslotte en we willen okselfris terug zijn bij de camper voordat de jongens van de koranschool met hun gezongen gebeden beginnen. Elke vrijdag een vast ritueel. Ondertussen is duidelijk geworden dat het stroomprobleem van Jan en Pieta, waar we gisteren al over berichtten, veroorzaakt wordt door een verkeerd gemonteerd zonnepaneel. Gelukkig doen de andere twee panelen wel hun best om de accu op te laden. Voor in de middag gaan we met Arjan uit eten. Deze keer bij Chez Nadia. Vanwege de harde, koude wind, deze keer binnen. En het is net of daardoor het eten wat minder smaakt. Je moet er eigenlijk bij stalend mooi weer op het dakterras eten. Dan is het gezelliger en smaakt het eten ook beter. Zo langzaam maar zeker begint het verblijf hier op een reünie te lijken. Een paar dagen geleden kwamen we Rob (van Wil) al tegen, gisteren zijn Thole en Everdien hier aangekomen, en vandaag Anne en Nel. Waarmee we er nog niet zijn, want Gerrie en Annie zijn nog onderweg. Maar met zo’n achthonderd kilometer per dag gaat dat snel.
Een markante ruïne in Tafraout.
Een overzicht van de camperplaats met daarachter het dorp.
Zaterdag 7 en Zondag 8 februari
Een dag waarin we druk zijn met van alles en nog wat. De cassette van het toilet moet geleegd worden, de camper moet gevuld worden met water, we hebben drinkwater nodig enzovoort. Bovendien moet er van alles opgeladen worden. Dat doen we via een powerstation Een soort draagbare accu met een ingebouwde omvormer, die via een draagbaar zonnepaneel weer opgeladen kan worden. De lijst met op te laden apparaten wordt tegenwoordig steeds langer: tandenborstels, powerbanks, telefoons, een e-reader, een ledlamp, accu’s van de fietsen, een muziekboksje enzovoort. Zo’n powerstation is hiervoor ideaal, mits natuurlijk de zon schijnt om het ding zelf weer op te laden. Gelukkig is dat vandaag geen probleem. Het is een zonovergoten dag dus, maar door de frisse wind, bleef de temperatuur aan de bescheiden kant. Eind van de middag gaan we weer uit eten. Alweer? Ja alweer, maar deze keer met een goede smoes: het afscheid van Arjan. Hij gaat morgen terug naar het noorden, richting Europa. Unaniem viel de keus weer op Restaurant La Kasba: lekker eten daar en een gezellige sfeer. Ergens in de avond valt de telefoon van Wobbie uit. Nogal lastig want deze site en Polarsteps zijn nog niet bijgewerkt.
Op zondagmorgen gaan we gewapend met twee telefoons vroeg op pad. Maar dan blijkt dat op zondag de helft van de winkeltjes gesloten zijn. En natuurlijk al die zaakjes waar ze iets met een telefoon zouden kunnen. Zo ook het kantoor van Maroc telecom. Tot drie keer toe fietsen we een rondje door het dorp, maar een zaak vinden die nog open gaat, zit er vandaag niet in. Drie rondjes die goed zijn voor de spijsvertering zullen we maar zeggen. Over het weer kunnen we kort zijn: veel zon maar een nare koude wind. Geen weer om buiten te zitten, maar wel om te wandelen. We lopen een leuke ronde waarbij we langs een rotswand komen waar een stel waaghalzen tegenop klimmen. Dat hebben we nog niet eerder gezien hier in het keteldal. Je moet er niet aan denken dat zoiets mis gaat hier in Tafraout. Alhoewel het natuurlijk ook wel eens mis kan gaan met fietsen of wandelen hier.
Veel bruin en weinig groen, maar in het keteldal is altijd wat te doen.
Maandag 9 februari
We gaan opnieuw vroeg naar het dorp, weer met twee telefoons en een goed gevulde portemonnaie. We komen terecht in het winkeltje van “onze” telefoonman. We komen er al jaren, vooral voor het opwaarderen van de internettegoeden. Vroeger gebeurde dat met een kaartje waar een nummer tevoorschijn gekrast moest worden. Nu werkt de man met twee eigen telefoons. De simkaart gaat van de ene naar de andere om vervolgens opgewaardeerd en wel in één van onze telefoons te belanden. Vervolgens tovert hij een scherm te voorschijn waarop het nieuwe tegoed staat en de vervaldatum. Of we dat even willen controleren. Hij heeft een goede naam hier en wil absoluut niet dat er iemand denkt dat hij de boel belazerd. Je moet even de tijd nemen als je hem wat laat doen, het is een Pietje precies: maar wij hebben een soort klik met hem. Helemaal gerustgesteld dat de beide telefoons weer werken, lopen we nog een rondje dorp. Via onze groenteboer komen we uit bij onze jus man. Lekker in het zonnetje aan de heerlijke jus d’orange. Dure jus overigens: twee euro voor een groot glas, een soort bierpul. Maar puur sinaasappelsap. De buurman is vijftig cent goedkoper. Maar daar zijn de glazen kleiner, krijg je half sap half water en moet er suiker toegevoegd worden vanwege de mindere kwaliteit sinaasappels. Tot zover dit college jus d’orange. In de middag gaan we aan de borrel op het terras van Anne en Nel. Met ook Karel en José, die hier voor in de middag aangekomen zijn. Ook al ervaren Marokko gangers. Tot slot gaan we nog even wat eten bij Restaurant Harbaz. Een min of meer snelle hap omdat we nog wat van het schaatsen willen zien. Ook wat dat betreft was het een geslaagde dag.
Nog maar eens een plaatje van een toeristische bezienswaardigheid: de leeuwenkop in een rots.
Maak jouw eigen website met JouwWeb