Voorjaar 2018: Marokko 

Maandag 1 januari

Zo, het nieuwe jaar is begonnen! Allereerst wensen wij iedereen alle goeds toe voor het komende jaar. En vooral een jaar een goede gezondheid. We zijn de afgelopen weken weer razend druk geweest. Zoals ook de afgelopen twee jaren dat we overwinterd hebben in Apeldoorn. De tuin winterklaar gemaakt, verjaardagen gevierd, vrienden bezocht, vrienden ontvangen, kleinkinderen bezig gehouden, kerstversieringen aanbracht, en weer opgeruimd, een paar dagen ziek geweest, een crematie van een oud collega enzovoort. Op dinsdag 16 januari gaan we weer naar Portugal, waar de camper op ons wacht. Dan ook gaan we verder met dit verslag.

Dinsdag 16 en woensdag 17 januari

Onze eerste reisdag . We beginnen met het inpakken van twee rugzakken die mee moeten. En, zoals altijd, moet er weer te veel mee. Met veel  moeite krijgen we uiteindelijk er alles ingepropt: twee dikke volle tassen. En omdat Ryanair de bagageregels veranderd heeft, wordt het nog spannend of ze mee de cabine in mogen. Daarna komen de buren langs om afscheid te nemen. Een volgende keer gaan we een afscheidsreceptie organiseren voor de hele buurt. Om kwart over twee gaan we op pad. Naar het station, de trein in, met één keer overstappen in Utrecht. Om vijf uur zijn we op het vliegveld van Eindhoven. Het inchecken is een langdurig gedoe. "Priority reizigers", met veel duurdere tickets, hebben voorrang. Vervolgens komt er een mevrouw in een mantelpak langs met labels. Alle trolley's, koffertjes met wieltjes, moeten het bagageruim in. En daar zijn heel veel mensen het niet mee eens. Onder onze rugtassen zitten geen wieltjes, dus mogen ze van de mevrouw in het mantelpak mee de cabine in. Al met al vertrekken we een half uur later dan gepland. Rond tien uur zijn we in Faro, het is er een uur vroeger dan in Nederland. Omdat we niet op de bagageband hoeven te wachten zijn we snel buiten. En met onze privé chauffeur André zijn we tegen elf uur bij de camper.

Als we opstaan op dinsdagmorgen is de lucht strak blauw. Er staat wel veel wind, waardoor de temperatuur op zo'n achttien graden blijft steken. Tegen tien uur willen we de camper verplaatsen, De sleutel in het contactslot, omdraaien en vervolgens blijft het doodstil. Dat gebeurde een jaar geleden ook al: het zal toch niet weer....... We worden overladen met tips en adviezen, van een defecte sleutel tot een probleem met de startonderbreker. En alles wat daartussen zit. In de loop van de middag komt een opgetrommelde Nederlandse garagehouder uit de buurt tot de conclusie dat er één van de twee startaccu's leeg staat. We krijgen nu goede tips, adviezen en een noodaccu om de camper morgenvroeg aan de gang te krijgen. Dan kunnen we naar zijn garage om daar het probleem definitief te verhelpen.  

Donderdag 18 en vrijdag 19 januari

We beginnen de dag dus met een ritje naar de garage. De camper start zonder problemen en in de garage blijkt dat na de rit van dertig kilometer de accu's helemaal vol zitten. Vervolgens rijden we verder naar de kust, naar Falesia. Een poging om daar een afspraak te maken met de "vaste pedicure" van Wobbie, mislukt. De agenda van de mevrouw zit deze week helemaal vol. We zoeken een parkeerplaats op aan zee, bij een nu gesloten strandtent. En daar, bij Praia Dos Tomates, staan nog twintig andere campers, gewoon "in het wild". Wij maken een flinke wandeling langs de prachtige kust. En omdat we er toch zijn en het wel vijfentwintig graden is in de zon, eten we buiten. De één na laatste stop vandaag is bij de Lidl en Aldi in Albufeira. We moeten hamsteren voor de reis naar Marokko, en dan met name zaken die daar moeilijk te krijgen zijn. Deze keer gaan we voor varkensvlees: spek, worst, gehakt en wat niet al. Terug bij de camper wordt alles "her-verpakt" en gaat de diepvries in. Nu de drank nog, maar die halen we in Spanje. Op vrijdagmorgen eerst een pittige wandeling. Hoog op een bergkam, bij het gehucht Pico Alte, staan drie windturbines, van waaruit je een prachtig uitzicht hebt over de omgeving. De weg erheen is vijf kilometer klimmen en erg pittig. Maar het uitzicht maakt alles goed, vooral omdat de lucht erg helder is. De route terug verzinnen we zelf. En die gaat via een drooggevallen sloot, een kilometer stijl naar beneden: een avontuur op zich. Terug bij de camper hebben we geen tijd om bij te komen. We willen uit eten en dat moet hier tussen één en drie uur. We gaan op de fiets naar het gehucht Campilhos, het restaurant heet "O Petisco", waar we al vaker geweest zijn. Op vrijdagmiddag zitten daar de drie eetzalen vol, want dan staat er speenvarken aan het spit op het menu. Die wordt buiten naast de voordeur klaargemaakt op een soort giga-barbeque. De hele omgeving ruikt naar gegrild speenvarken. Binnen worden alle tafels voorzien van een schaal vlees. Aangevuld met een soort bonen in tomatensaus en een bak chips. We hebben heerlijk gegeten. Terug bij de camper kunnen we nog even uitblazen in de zon. Die gaat hier om een uur of vijf onder, waarna iedereen in de camper verdwijnt.

Zaterdag 20 en zondag 21 januari

Na een erg koude nacht gaan we inpakken, water lozen en innemen, het toilet legen enzovoort. En we nemen afscheid van de buren en André. En dat duurt even: snel wegwezen uit Messines is er niet bij. De eerste stop vandaag is bij het gasstation in Quelfes. Een rit van anderhalf uur langs Albufeira, Faro en Olhao. Met twee volle gasflessen zoeken we een camperplek op. Die vinden we op de parkeerplaats van Pedras del Rei, een eindje voor Tavira. Vroeger een vrije plek, nu een geasfalteerde parkeerplaats. Een etmaal kost nu vijf euro. We staan er niet alleen; met wat moeite vinden we nog een plek met "zeezicht" tussen de vijfentwintig andere campers. De stoelen gaan naar buiten voor het eten en in de loop van de middag fietsen we nog even naar Tavira voor koffie en wat boodschappen. 

Op zondag maken we een lange rit. We gaan naar Spanje: de route naar de haven van Algeciras hebben we in tweeën geknipt. Op zondag zijn in Algeciras alle winkels gesloten, dus maken we een tussenstop in de buurt van Cádiz, aan de kust. We moeten even zoeken naar een aardige overnachtingsplek. De gratis camperplaatsen zijn overvol. Wij vinden uiteindelijk een aardige mixparking in de kustplaats met de naam El Puerto de Santa Maria. Enkel parkeren kost zes euro, maar dan heb je ook een zee van ruimte. Het oeroude centrum ligt op loopafstand van de parking. Helaas is het op zondag uitgestorven. Alle winkels zijn gesloten en ondanks het mooie weer zijn er nauwelijks terrassen te vinden.

Maandag 22 januari

Op naar Algeciras. We rijden langs de kust via Cádiz en Tarifa. Rondom Tarifa is het erg druk, vooral vanwege het grote aantal campers. Er zijn hier veel campings, maar ook zandvlaktes waar veel campers "in het wild" staan. En er is een soort pompstation waar je kunt lozen en schoon water in kunt nemen. Dat komt goed uit want de cassette van het toilet moet leeg. In Algeciras stoppen we zoals gewoonlijk op het grote industrieterrein Palmones. Het is er weer een drukte van belang en overal staan campers. Wij parkeren weer tussen de Mercadonna en de Factory. Met wat moeite want het terrein is deels afgesloten. Het grote outlet-centrum Factory is bijna leeg en wordt verbouwd. De Lidl zit weer op de oude plek en is een keer zo groot geworden en ze hebben een ruime voorraad drank. Waar Marokko reizigers dankbaar gebruik van maken. Na het eten gaan we naar het boekingskantoor van "Gutierrez". De overtocht, een open ticket, naar Marokko kost tweehonderd euro. En we krijgen er weer een fles bubbels en een cake bij. En omdat we vaste klanten zijn ook nog een borrel, als de Fransen voor ons het kantoor uit zijn.  

Dinsdag 23 januari

We zijn vroeg wakker op dinsdagmorgen. Vooral vanwege het verkeerslawaai, maar mogelijk ook vanwege de spanning voor de overtocht. Zo tegen half negen zijn we in de haven en om half elf gaan we varen. Er staat weinig wind en we zien regelmatig de zon. Zo tegen één uur (twee uur in Nederland) zijn we bij de politie- cq douanecontroles in de haven van Tanger-Med. Veel gedoe met briefjes, stempels, handtekeningen enzovoort. En omdat we vorig jaar maart bij het verlaten van Marokko, verkeerd uitgeschreven zijn, moeten wij dat uitreisformulier te voorschijn halen. De omgekeerde wereld: een fout in hun computersysteem moeten wij corrigeren met een formuliertje van bijna een jaar oud. Gelukkig hebben we een map vol van dat soort paperassen en zit de goede ertussen. En tot slot de inspectie van de camper: we hebben geen pistolen en drones (!) bij ons, dus we mogen verder. We gaan naar Assilah, zo'n tachtig kilometer voorbij Tanger-Med. We staan weer op de eerste camperplek bij de rotonde. Het is er rustig, mede omdat aan de andere kant van de weg het voetbalveld is opgeofferd voor de uitbreiding van de camperplek: een soort filiaal dus. Kosten: veertig dirham (drie euro zestig) en als het even kan een lekker Hollands biertje voor de baas. We gaan uiteraard Assilah in, en vinden het een leuke plaats: mooie steegjes en veel muurschilderingen. We vinden er een INWI winkeltje, leggen de aardige jongen uit dat we voor dertig dagen internet willen en geven hem de mifi-router met de simkaart van vorig jaar. Hij regelt en installeert de boel: dertig dagen internet, vijf gig voor vijftig dirham. Wobbie kan er weer even tegen. Dan gaan we verder naar het kantoor van Maroc Telecom. Wim moet ook kunnen internetten, hij houdt deze site bij en dat is een serieuze zaak. Zoals de voorgaande jaren worden we bij Maroc Telecom weer geholpen door "de man in het zondagse pak". Onze dongel is nu vier jaar oud en de simkaart twee jaar. Geen enkel probleem vindt de man in het pak: het opwaarderen is binnen de kortste keren gepiept. Kosten: honderd dirham (negen euro), tien gig en dertig dagen internet. We zijn helemaal tevreden. 

Woensdag 24 januari

We krijgen een bewolkte dag voor de kiezen. Bovendien is het bij het opstaan erg fris; pas in de loop van de middag halen we de achttien graden. We gaan vroeg rijden en gaan op zoek naar een camping. Via de tolweg zakken we snel verder naar het zuiden. Onderweg is Wobbie druk met het zoeken naar een aardige camping. We komen echter niet veel beters tegen dan Le'Ocean Bleu in Mohammedia, een grote plaats tussen Rabat en Casablanca. We zijn er al vaker geweest en voor in de middag rijden we er binnen. De camping is nu helemaal verscholen tussen hoge appartementencomplexen, die nog voor een groot deel onbewoond zijn. Niet echt een vrolijke plek meer, zeker nu niet onder een dik wolkendek. We hebben geen tijd om te kniezen, er moet gewerkt worden. Vuil water uit de camper, schoon water er in, de cassette van het toilet moet leeg enzovoort. Maar bovenal moet de camper gewassen worden van Wobbie. Na anderhalf uur is de klus geklaard en is al het Portugese vuil verdwenen. Om bij te komen maken we nog een ommetje langs het strand en daarna lekker onder de douche. 

Donderdag 25 januari

Het is nog steeds bewolkt bij het opstaan, we gaan maar weer snel op pad. We nemen opnieuw de tolweg die, zeker in de buurt van grote steden, steeds drukker wordt. Wat ook opvalt zijn de vele grote bouwactiviteiten. Overal worden hele woonwijken uit de grond gestampt, viaducten gebouwd en wegen aangelegd. Volgens ons gaat het economisch ook goed met Marokko. We rijden door tot de afslag naar de kustplaats Oualidia, waar zelfs de zon schijnt! Tot nu toe hebben we daar altijd op de camper-parking gestaan. Deze keer kiezen we voor een gloednieuwe camping, even buiten het dorp: Laguna Park. Mooi aangelegd met plekken voor campers, kampeerders en appartementen en tenten voor de verhuur. Inclusief alle voorzieningen kost dat negen euro per nacht. Er staan nu acht campers. Beneden bij de zee op de camper-parking staan wel veertig campers: zonder voorzieningen kost dat nog geen drie euro per nacht. We maken een wandeling langs de zee. Op het strand staan overal stoeltjes, tafels en barbecues waar je vers gevangen vis kunt eten. Het is er gezellig druk. En dat is op de camping toch wat minder met hier en daar een camper, een hele grote sprinkhaan, een hagedis en zelfs een kameleon. 

Vrijdag 26 januari

We hebben een rustdag vandaag. Van de camping gaan we naar de "camper-parking" beneden bij de zee, bijna vier kilometer terug. Omdat we vroeg zijn pikken we een prachtige plek in: uit de wind en in de zon. We staan nog maar amper of we komen Ali de tajinekoerier al tegen. We bestellen er gelijk maar één voor vanavond. Behalve het bezorgen van tajines is Ali ook gek op fietsen, kleding, schoenen en telefoons. En hij is niet de enige. Om de haverklap komt er iemand langs. De meesten overigens met een brommer met een plastic bak achterop. Met daarin wat er hier uit de zee gehaald wordt, en dat zijn vooral schelpdieren. En die zijn aan ons niet besteed. Na een pittige wandeling gaan we naar het strand om er een visje te eten. Die mag je zelf uitzoeken en worden ter plekke schoongemaakt en gegrild. Brood er bij en een schaaltje Marokkaanse salade maken de maaltijd compleet. Bij die salade, tomaten en uien, zitten twee lepeltjes. De rest eet je met je vingers. Om ons heen worden die vingers afgeveegd aan de broek; gelukkig heeft Wobbie een zakdoekje bij zich. Dat wat er over blijft van de vis, dorado's, is voor de meeuwen die ongeduldig zitten te wachten tot we uitgegeten zijn. De rest van de middag komen we bij in de zon. Zo tot een uur of zes, dan gaat hij onder. En dan staat Ali met de tajine voor de camperdeur.

Zaterdag 27 januari

Twee dagen Oualidia vinden we genoeg, weer verder naar het zuiden dus. We proberen zo dicht mogelijk langs de kust te rijden. En dat is een weg met wel erg slechte stukken en dat schiet dus totaal niet op. We rijden dwars door Safi heen. Op zich leuk, ware het niet dat je even voorbij het centrum kilometers lang door een industriegebied rijdt waar je niet vrolijk van wordt. Uiteindelijk komen we terecht in Essaouira, waar we de camper parkeren bij de Carrefour supermarkt, van waaruit we naar het centrum wandelen. Wij hebben iets met Essaouira: het is er levendig en gezellig druk. En zelfs in deze tijd van het jaar zijn er veel toeristen. We pauzeren op een gezellig pleintje en drinken er verse jus: geserveerd in jampotjes. Zo tegen half vijf zijn we terug bij de camper en we besluiten door te rijden naar het surfdorp Sidi Kaouki, een half uur verder. Daar kunnen we nu kiezen uit twee campings, Kaouki Beach en de gloednieuwe Soleil Kaouki. We kiezen voor de eerste, waar we al vaker geweest zijn, in de hoop er wat meer beschut te staan tegen de harde wind. Eenmaal geïnstalleerd vluchten we snel de camper in, want de harde wind lijkt een heuse storm te worden.  

Zondag 28 januari

Een rustdag in Sidi Kaouki. Wat wandelen, in de zon zitten, wat lezen en tv kijken. In de loop van de middag wordt het weer erg fris als de zon schuil gaat achter sluierwolken. Gelukkig valt het vandaag mee met de wind.  Al met al nog niet het weer waar we eigenlijk voor komen. 

Maandag 29 januari

Weer verder naar het zuiden vandaag. Sidi Kaouki is leuk als het mooi weer is, maar dat valt vandaag alweer tegen. En dan vooral wat de temperatuur betreft: het is opnieuw erg fris. Vandaag rijden we honderdvijftig kilometer naar het dorp Aourir, even voor Agadir. De route, over de N1, is prachtig. Er is veel te zien onderweg: geiten in argaanbomen, honingverkopers langs de weg, bananenplantages, karakteristieke dorpen enzovoort. Wij vinden het één van de mooiste routes in Marokko. In Aourir rijden we door tot de gelijknamige camping, een paar kilometer buiten het dorp. We worden welkom geheten door de baas, de bedrijfsleider (Rachid) en door de schoonmoeder van de baas (denken wij). De camping is behoorlijk bezet. Her en der staan mensen die we herkennen uit voorgaande jaren. Ook onze Belgische wandelvrienden zijn er, Frank en Ria. En wij zijn niet de enigen die het tot nu toe erg fris vinden in Marokko. Iedereen klaagt er over, ook de Marokkanen zelf. Het onderwerp weer blijft een dankbaar gespreksonderwerp op een camping, waar dan ook. Na een wandeling krijgen we Frank en Ria op bezoek om bij te kletsen onder het genot van een borrel. Morgenvroeg om negen uur moeten we ons melden voor een wandeling onder leiding van Frank.

Dinsdag 30 en woensdag 31 januari

Dat wandelen ging dus mooi niet door. Ergens in de nacht is het gaan regenen en dat blijft het een deel van de ochtend doen. En daar waar de campers 's avonds nog wit waren, zijn ze in de ochtend bruin. Ergens in het zuiden van Marokko heeft een zandstorm gewoed en dat zand is met de regen neergedaald over Aourir. Overigens hebben we geen last van sneeuw, zoals dat in grote delen van Marokko wel het geval is. Geen reden voor het thuisfront voor zorg en/of leedvermaak! 's Middags is het droog en besluiten we naar het dorp te wandelen. De heenweg is een soort afdaling en beneden in het dorp komen we bij met een smootie-avocado. De weg terug gaat omhoog en dat valt vies tegen. Terug bij de camper hebben we er ruim twaalf kilometer opzitten. Hoog tijd voor een lekkere warme douche. Daarna krijgen we bezoek. Thole en Everdien zijn hier ook neergestreken en we gaan aan de borrel. We hebben elkaar al vaker ontmoet hier in Marokko, op het Camperforum en volgen elkaars reisverslagen. We hebben weer gezellig bijgekletst: met als nadeel dat als we eindelijk uitgekletst zijn, het ondertussen wel erg fris geworden is. En de stroom uitgevallen is en ons kacheltje dus niet aan kan. Op tijd naar bed dus en "lekker er onder".

De woensdag is weer een drukke dag. De camping is weer voorzien van stroom, dus we kunnen één van de wasmachines gebruiken. Daarna op de fiets naar de markt: de woensdag is marktdag in Aourir. Groot en vooral heel veel mooie groente en fruit. En we komen er bekende gezichten tegen van de andere campinggasten. Met drie fietstassen vol groente en fruit zoeken we ons vaste adres op voor koffie, jus en smooties. Ook daar twee bekende gezichten. Nederlanders die hier in de buurt overwinteren in een huis en die we elke keer, als we hier zijn, weer tegenkomen. Na de middag gaan de korte broeken en de sandalen aan: de camper moet gewassen worden. Dat wordt een middagvullend gebeuren, mede omdat we regelmatig even aandacht moeten besteden aan mede-camperaars die om een praatje verlegen zijn.  

Donderdag 1 en vrijdag 2 februari

Eindelijk lukt het dan vandaag: een wandeling! Met negen deelnemers en twee hondjes gaan we goed gekleed op pad. Maar al snel moeten de vesten uit, want het wordt, ook eindelijk, een warme dag. Ergens achter de camping gaat er een onverharde weg steil omhoog en komt uit op een soort hoogvlakte. Via die vlakte loop je terug tot aan het begin van het dorp Aourir, waar dan de afdaling begint. Heerlijk wandelweer, mooie vergezichten en bijpassende conversaties: Frans, Vlaams, Nederlands, een beetje Duits en soms met handen en voeten. Terug bij de camper hebben we er elf kilometer opzitten, waar we drie uur over gedaan hebben. Na de middag kunnen we uitblazen in de zon: voor het eerst hier is het meer dan vijfentwintig graden. 

Op vrijdagmorgen volgt deel twee van de bejaardengymnastiek: een fietstocht. Vijf Fransen, twee Belgen en twee Nederlanders deze keer. Op één mountainbike na, zijn de anderen elektrisch aangedreven. Vooral de fietsen van vier Fransen vallen op: elektrische mountainbikes, ware racemonsters. De route is prachtig, via het dorp Alma belanden we uiteindelijk in de "Vallée du Paradis", een kloof na een enorme afdaling. Deel twee van de route, min of meer door dezelfde kloof, gaat op en af. Voor de vier racemonsters geen probleem, wij hebben er meer moeite mee. Na vijfendertig kilometer zijn we terug bij de camper: een beetje moe maar voldaan. Aan het einde van de middag fietsen we nog een keer naar Aourir: we hebben postzegels nodig. Die koop je bij het kantoor van Poste Maroc. Er zijn een stuk of acht wachtenden voor ons, allemaal mensen die geld op komen halen. Zoals dat vroeger ook bij ons ging: aan een loket met formuliertjes, een langdradig gedoe. Een bewaker regelt de volgorde met strenge hand. En die man helpt ons uiteindelijk aan vier postzegels. 

Zaterdag 3 februari

Weer een wandeling vanmorgen: nu de berg aan de andere kant van de camping op. We komen gelijk een aardige herder tegen met een paar schattige lammetjes die de aandacht van Wobbie trekken. En dus niet een grote steen voor haar voeten. Het gevolg is een aantal schaafwonden; en we zijn nog maar net onderweg. Het vervolg van de negen kilometer lange tocht verloopt gelukkig zonder verdere problemen. En eenmaal op de bergkam zijn de uitzichten weer geweldig. Als we aan de afdaling zijn begonnen is er een korte route om weer bij de camping te komen. Die nemen we natuurlijk niet: we breien er nog een grote lus aan vast en zitten plotseling midden tussen de bijenkasten. Waar die beesten nu de honing vandaan halen is ons een raadsel. In tegenstelling tot vorig jaar is er nu nog geen bloem te bekennen. Na drie uur lopen zijn we terug op de camping. Stijf, stram en spierpijn: we worden een dagje ouder.

Zondag 4 en maandag 5 februari

Een rustdag vandaag, tenminste dat nemen we ons voor. We starten met koffie buiten in de zon. Daar worden we aangesproken door een Nederlandse mede-camperaar, Arjan Burggraaf. Hij herkent ons van deze website en is een trouwe volger. Hij is voor het eerst in Marokko en gebruikt onder andere onze site voor de voorbereidingen. Erg leuk, dit soort verassende ontmoetingen. Waar deze reisverslagen niet allemaal goed voor zijn. Na de koffie gaan we toch weer rommelen: de camper van binnen schoonmaken, water bijvullen, haren knippen enzovoort. Tot één uur, dan gaan we op het terras van het restaurant eten, een soort gewoonte hier op zondag. Alleen eet iedereen bij de camper, wij dus bij het restaurant. Een tajine kip deze keer, met brood en een fles water. En we hebben heerlijk gegeten buiten in de zon. En over de zon gesproken, dat lijkt niet goed te gaan de komende dagen. De voorspellingen zijn niet best voor de komende tijd, er wordt zelfs weer sneeuw voorspeld her en der. Dus het plan om verder te trekken stellen we nog maar even uit: we gaan het maar per dag bekijken.

Op maandag is het dus erg fris en staat er veel wind: gelukkig is het wel droog en zien we regelmatig de zon. Echt weer voor opnieuw een pittige wandeling, met opnieuw een internationaal gezelschap van tien man en de twee hondjes. Weer tien kilometer in drie uur tijd. In de middag gaan we op koffievisite bij Frank en Ria, in de camper. Een grote "Niesmann  Bischoff" en dat maakt het extra gezellig. Als Gaston van de postcodeloterij nog eens aan onze deur komt in Apeldoorn, dan weten we het wel. Om vier uur is het mooie weer op. Binnen no-time is het donkergrijs boven ons en komt de regen met bakken de lucht uit.

 

Dinsdag 6 en woensdag 7 februari

We gaan boodschappen doen vandaag, en wel met de camper. Naar Agadir en eerst naar de "Marjane". In de winkel wordt hard gewerkt om, daar waar van toepassing, het assortiment klaar te maken voor de zomer. Waarschijnlijk staat dat ergens in een agenda, want met het weer op dit moment heeft het niets van doen. Na de supermarkt gaan we naar de souk El Had(dad): een enorme overdekte, permanente markt met van alles te koop. Je kunt er eindeloos ronddwalen, zonder het idee te krijgen dat je overal geweest bent. We missen de bordjes "zo zie je alles". We hebben er overigens heerlijk gegeten: een tajine met vis deze keer. Op de terugweg komen we nog langs de andere grote supermarkt in Agadir, Carrefour. We hebben er even binnengekeken en waren niet enthousiast. Het enige voordeel van deze laatste supermarkt is dat ze er een alcoholafdeling hebben.

Op woensdagmorgen gaan we opnieuw naar de markt. Zoals gewoonlijk halen we weer drie tassen vol fruit en groente. En vijf potjes Nagoya: crème met argaanolie. Een bestelling uit Nederland. De zon schijnt nog volop en het is druk op de markt. Behalve Marokkanen, onze halve camping en die van een eindje verderop. Na het marktbezoek gaan we naar onze koffie- en smootieshop. Daar lijkt het wel een reünie: zes Belgen en acht Nederlanders en iedereen kent elkaar. Tegen twaalf uur is het gedaan met de pret: het begint te regenen. En we moeten nog zes kilometer terug op de fiets, het resultaat laat zich raden. Die regen duurt tot een uur of vier en dan is het rondom de camper één grote gele blubberzooi. Maar binnen brandt de kachel en is het lekker warm.  

Donderdag 8 februari

Onze laatste dag in Aourir; en dat wordt een zonnige, frisse dag met veel wind. We beginnen met weer een wandeling en zien boven op een bergkam, op een andere berg een eind verder, sneeuw liggen. Het verhaal gaat dat die sneeuw daar dertig jaar geleden voor het laatst gelegen heeft. Wij geloven het graag, als die sneeuw maar op die berg blijft liggen. Na het eten gaan we schoonmaken, opruimen, rommelen en tussendoor uitrusten; uit de wind, in de zon. Tegen vier uur worden we door Frank getipt dat er een "snelle jongen"  op de camping rondloopt, die verstand heeft van tv-schotels. Via de Belgische buren Roger en Christa, maken we een afspraak (zij spreken goed Frans). Als hij langs komt maken we via Christa duidelijk dat we de Astra 1 satelliet (BVN) wel kunnen ontvangen en de Astra 3 satelliet (Nederlandse zenders) niet. Hij gaat aan de slag: dak op, dak af, camper in, camper uit, andere LNB kop erop, en er weer af enzovoort. Met Christa als tolk tussen de snelle jongen en Wim. We zijn verbaasd over de kennis van de man van de toch wel specialistische techniek van satellietschotels. Uiteindelijk krijgt hij het voor elkaar dat we weer naar een aantal Nederlandse zenders kunnen kijken. Inclusief een nieuwe LNB kop en een uur dak op, dak af, camper in en weer uit, zijn we zo'n vijfentwintig euro kwijt. Man blij, wij blij. Wij vooral met het oog op de komende Olympische Winterspelen. Wat het eten betreft doen we maar niet moeilijk vandaag. We hebben nog een grote gebraden kip liggen van de Marjane en we halen patat bij het restaurant. Beiden smaken heerlijk, echt een aanrader.

Vrijdag 9 en zaterdag 10 februari

Afscheid van Aourir dus: van de wandelclub en van iedereen die wij kennen en ons kent. Wij gaan naar Taroudannt, zo'n honderd kilometer verder naar het zuiden. De eerste dertig kilometers van de route zijn prachtig. Via het dorp Alma door een bergachtig landschap naar de buitenwijken van Agadir. De weg van Agadir naar Taroudannt is uitstekend te berijden, alleen erg saai. Hoewel de besneeuwde toppen van het gebergte met de naam Hoge Atlas er indrukwekkend uitzien. In Taroudannt rijden we eerst naar Palais Salam: daar bij "de muur" is een parkeerplaats voor campers. Er is nog plaats en we worden keurig binnengeloodst door de "gardien". Tevens worden we begroet door Wim en Marlies, die we eerder in Oualidia en Aourir hebben ontmoet. Na een minder geslaagd bezoek aan de camping Le Jardin, hier vlakbij, zijn zij ook hier neergestreken. De camping zou overvol zijn. De stoelen gaan naar buiten en achter de campers maken we een soort terras, waar we in de zon gaan eten. Na het eten gaan we de stad in, we willen naar "het grote plein". En zoals elke keer als wij in Taroudannt zijn, lopen we weer helemaal verkeerd. "Het grote plein" zit er vandaag niet in. We stranden ergens op een terras en gaan aan de verse jus. 

De parkeerplaats ligt aan een drukke, doorgaande weg. Veel verkeer dus, maar ook veel wandelaars die nieuwsgierig langs de campers lopen. Dan kun je de gordijnen dichtdoen en de wereld buiten sluiten, maar je kunt ook voor het raam gaan zitten en je verbazen over alles wat er voorbij komt. Wij kiezen voor het laatste. Maar vanwege het drukke verkeer zijn we vroeg wakker op zaterdagmorgen. We kijken even naar de Olympische Spelen en besluiten om opnieuw het Place Assarag, het grote plein, op te gaan zoeken. We proberen het met de IPhone van Wobbie, maar dat lukt niet. Een IPhone en Marokko is geen gelukkige combinatie. Uiteindelijk vinden we het plein op eigen kracht. We drinken er koffie en kijken ondertussen naar een optreden van een muziekgroep. Waarbij het voor ons gevoel niet om de muziek gaat, maar om het theater er omheen. Waar we overigens niets van snappen. Behalve dan op het moment dat een fotograferende toerist nadrukkelijk wordt aangespoord te betalen voor de genomen foto's. Op de terugweg gaan we op een terras eten. Allebei jus, Marokkaanse salade, tajine-kip en sinaasappel met kaneel na. Dat alles voor zo'n vier euro per persoon: je kunt er eigenlijk niet zelf voor koken. Na de pauze, heerlijk in de zon, gaan we opnieuw aan de wandel. Nu naar de leerlooierij, waar we acht jaar geleden tijden onze eerste Marokkoreis, ook geweest zijn. Met opnieuw wat moeite vinden we die uiteindelijk: in de buurt van de poort Bab Taraghount. Op een ontzettend smerig terrein, daar vlak bij, zien we ook acht campers staan: niet onze plek. En de leerlooierij valt ook tegen. In onze herinnering zag het er acht jaar geleden veel levendiger en nog volop in bedrijf uit. Nu maakt het een erg verlopen indruk. En de verplichte rondleiding stelt al helemaal niets voor: binnen no time ga je van de ene verkoopschuur naar de andere. Wim koopt er nog wel een riem voor zijn broek (zijn eigen riem ligt in Apeldoorn). Tachtig dirham dankzij het afdingen van Wobbie. Waarop vervolgens een toneelstuk opgevoerd wordt over het wisselgeld. Na een hoop gedoe krijgen we uiteindelijk wat ons toekomt en gaan er maar snel vandoor. Terug op de parkeerplaats is de parade voor de campers al weer in volle gang: er wordt wat afgezwaaid.        

Zondag 11 februari

Op zondag is er een hele grote markt in Taroudannt. Daar gaan we naar toe, uiteraard na de vijf kilometer van Sven Kramer. Een markt met onder andere heel veel schapen, geiten en kippen. Maar ook koeien, ezels en paarden. Het is er enorm druk en warm: wat zullen die beesten blij zijn als de zondag voorbij is. We nemen ook nog een kijkje bij de afdeling sloophout en oude metalen. We zijn hier een paar jaar geleden ook geweest en volgens ons ligt en hangt er nog hetzelfde assortiment als destijds. Tot slot lopen we nog een rondje Taroudannt en terug bij de camper gaan de stoelen naar buiten. Aan het einde van de middag willen we nog even de tuin bekijken van Palais Salam, het hotel achter de muur waar wij voor staan. Vanwege een detectiepoortje maken we de receptionist wakker. Enigszins ontstemd krijgen we te horen dat we voor dertig dirham, € 2,70, de tuin in mogen. Nou dat doen we dus mooi niet: we verontschuldigen ons voor de storing en gaan terug naar de camper.

maandag 12 en dinsdag 13 februari

Drie dagen Taroudannt vinden we genoeg: we willen naar de zee. Bovendien hebben we water nodig, moet er beddengoed gewassen worden en zijn we zelf aan een douchebeurt toe. Terug richting Agadir, weer over de saaie weg en dan naar het zuiden. Het is mooi weer en de zon schijnt volop. Tot we op de camping aankomen die we uitgekozen hebben, in het gehucht Sidi Wassay. Uitgerekend daar wordt de zon verduisterd door een pak sluierwolken. We staan op een aardige camping waar we elk jaar wel een keer langs gaan. En we komen ook weer bekenden tegen: Arjan, twee Nederlanders met een caravan, en een Zwitsers stel met ook een camper. Allemaal onderweg al vaker tegen gekomen. De aankomsttijd hebben we goed gepland: als we geïnstalleerd zijn begint net de vijftienhonderd meter schaatsen voor de dames. Daarna is het beddengoed aan de beurt, gevolgd door een lange wandeling over het strand. Tot slot gaan we zelf onder de douche hier: en die zijn bloedheet. 

Op dinsdagmorgen is het zwaar bewolkt en erg fris. Al vroeg krijgen we Arjan op bezoek: hij gaat vandaag naar Aglou Plage. We drinken koffie, wisselen ervaringen uit over accu's en nemen afscheid. Daarna is het weer tijd voor de Olympische Spelen. Lekker in de camper, deur dicht en koffie bij de hand. Na het eten gaan we de benen strekken. Gisteren op het lange zandstrand, vandaag langs de rotskust aan de andere kant van de camping. Een eenzaam gebied, met hier en daar een onderkomen van vissers tegen de rotsen geplakt. En we komen nog een hond tegen met drie pups. Geen idee hoe die aan eten komen hier. Terug bij de camper hebben we er toch weer bijna negen kilometer opzitten. En, heel belangrijk, de zon is doorgebroken! De stoelen gaan naar buiten en we nemen er een drankje bij: hier komen we voor!  

woensdag 14 en donderdag 15 februari

We gaan vandaag weer verder naar het zuiden, naar de plaats Sidi Ifni, pal aan de zee. We rijden weer zo dicht mogelijk langs de kust: honderd kilometer waar we drie uur over doen. Vanwege een deels bar slechte weg, maar ook vanwege een uitgebreide koffiestop, waarin we deel twee van het schaatsen op de 1000 meter voor dames bekijken. We stoppen een paar kilometer voor Sidi Ifni op de vrij nieuwe Camping Tamhrouchte (met dank aan Elly en Piet). Een groot terrein, met nog plaatsen genoeg; wij kiezen voor een plek met veel privacy. De aardige mevrouw bij de receptie moet voor ons allebei een formulier invullen. Ze verzint zelf dat we uit Agadir komen en Wim geeft aan dat we hierna naar Guelmim gaan. Op de vraag waar Wobbie heengaat zegt Wim: ik hoop ook naar Guelmim. Eenmaal geïnstalleerd gaan de stoelen naar buiten: in de zon is het bijna vijfentwintig graden. Na het eten gaan we wandelen, naar Sidi Ifni. Volgens de TomTom iets meer dan drie kilometer, dus denken we dat wel even te doen. Maar dat valt vies tegen. Vlak voor Sidi Ifni moet je een enorme heuvel afdalen en eenmaal beneden moet je weer zo'n zelfde bult omhoog. Eenmaal boven, bij het marktterrein, duiken we uitgeput een terras op. De campings in het dorp, we hebben er drie van de vier gezien, staan erg vol. Maar die zitten in de stad en wij moeten nog dik drie kilometer terug. We nemen maar een taxi. Voor het geld hoef je dat niet te laten hier, we zijn samen negen dirham kwijt, zo'n tachtig eurocent. Op donderdag is het weer zwaarbewolkt en nog fris ook. Voor het schaatsen begint rommelen we wat rondom de camper. Daarna gaan we op de fiets naar Sidi Ifni. Zoals voorgaande jaren gaan we ook nu weer eten op een soort pleintje. Het is er druk met vooral toeristen. Er wordt veel vis gegrild. Kleine visjes, waar je een bord vol van krijgt en waar je met je vingers de huid en de graden vanaf moet zien te prutsen. Wij gaan voor een tajine schaap. Veel tajine en niet al te veel schaap deze keer. Wel veel brood en met Marokkaanse salade, olijven en twee sausjes, best wel lekker. Daarna naar de bakker voor brood. Maar dat zit nog in de oven en duurt nog een uur. Dan maar iets voor bij de koffie. Het brood kopen we bij een kraam langs de weg: nog erg warm, dus ook vers.    

Vrijdag 16 februari

Het waarom is lastig uit te leggen, maar wij blijven Sidi Ifni een leuke stad vinden. Maar voor deze reis zijn twee dagen genoeg. Dat komt ook een beetje door het weer: het is opnieuw een bewolkte dag. We gaan weer rijden dus, nu het binnenland in. We gaan eerst naar de grote stad Guelmim (samen!). Er moeten boodschappen gedaan worden en even buiten Guelmim staat een grote supermarkt van "Marjane". En, evenals voorgaande jaren, staan er vooral campers op de parkeerplaats: en in de winkel meer personeel dan klanten. Met als voordeel dat je snel de winkel weer uit bent. Tijdens de koffiepauze op de parkeerplaats besluiten we naar de plaats Bouizakarne te gaan, een uur rijden verder. Als we daar aankomen blijkt de camping die we uitgezocht hebben, Bab Sahara, gesloten. Na wat puzzelen komen we terecht op een andere camping, in de regen, even buiten Bouizakarne, met de prachtige naam Tinnoubga. Een camping die wordt gerund door een ijverige familie. Geen stroom en wifi, maar verder zijn alle voorzieningen wel aanwezig. Zelfs warm water bij de afwasbak. Alleen afwassen en douchen tegelijk gaat niet. Tenzij je afwast onder de douche. Je kunt het een eenvoudige camping noemen, het heeft in elk geval iets aandoenlijks. Er staan hier nog drie andere Nederlandse campers. Eén stel kennen we van een website: Nies en Harry die ook reisverslagen bijhouden. Leuk om elkaar een keer "in het echt" te ontmoeten. Het is ondertussen weer droog geworden en we gaan wandelen. Het stadje Bouizakarne ligt op een driesprong van wegen naar het oosten, westen en noorden. Het is er dan ook razend druk met vrachtverkeer. En militairen vanwege een enorme kazerne. We moeten op tijd terug zijn op de camping vanwege een soort "happy hour" met thee en koek. Op kosten van de camping, in de nomadentent en bijna alle campinggasten zijn daarbij. Nogmaals het heeft iets aandoenlijks.   

Zaterdag 17 en zondag 18 februari

We zijn vroeg op want de zon schijnt volop. De gordijnen gaan open zodat de boel binnen lekker kan opwarmen. Nog niet aangekleed wordt er geklopt: Arjan en zijn vrouw June staan voor de deur. Hij heeft haar gisteren opgehaald van het vliegveld in Agadir. Ze zijn hier gisteravond om elf uur in het pikdonker aangekomen. En we nemen gelijk weer afscheid; zij gaan naar de kamelenmarkt in Guelmim. Ook wij verlaten Camping Tinnoubga, "The Door Of Sahara". We willen naar Tafraout en volgen de TomTom deze keer en laten ons verrassen. Het wordt een prachtige tocht over een smalle, maar redelijke weg. Op de kaart witte, naamloze wegen waarbij het passeren enige toeschietelijkheid vergt. Beide voertuigen moeten dan de gravelstrook naast het asfalt op. Dat ging vandaag allemaal goed. Van de dorpen onderweg hebben we er drie onthouden: Ifrane de L'Anti-Atlas, Tiffermit en Had Tahala. Ook in het Keteldal van Tafraout schijnt de zon volop. En er is nog plaats genoeg. We kiezen een plek aan de rand van het terrein, waarna het begroetingsritueel gaat beginnen. Dinie, Kees, Gerrie, Annie, Dick, Nanda, Elly en Piet komen we tegen, evenals de Duitse gymjuf en de Franse buren van vorig jaar. Plus vele min of meer bekende gezichten van voorgaande jaren of onderweg. We maken een wandeling door het dorp. Er wordt op een aantal plekken nog hard gewerkt. Zo is het nieuwe zwembad bijna klaar en wordt het oude marktterrein heringericht. Dat ziet er nu al fraai uit. Wij gaan aan de verse jus op ons "vaste adres". We worden hartelijk welkom geheten door de eigenaar. Er is eigenlijk niets veranderd ten opzichte van vorig jaar. Alleen is de man weer wat tanden kwijt geraakt. We hopen maar dat dat niet door de verse jus komt.

De zondag doet zijn naam alle eer aan, letterlijk en figuurlijk. We zien de zon vrijwel de hele dag, met in de middag af en toe een wolkje. In de zon is het zo'n vijfentwintig graden. En we maken er een rustdag van. Wat kletsen hier en daar, schaatsen kijken en na de middag uit eten. Dat doen we onder in het dorp bij Snack Craminssn. Wim heeft het bonnetje bewaard, anders hadden we de naam niet meer geweten. Gegrilde kip, patat, rijst, Marokkaanse salade, brood en twee jus. Alles bij elkaar voor nog geen acht euro. Nog even in de zon zitten, een wandelingetje en de dag zit er bijna weer op. Behalve dan dat we rond half zeven een bekende camper zien aankomen: Arjan en zijn vrouw June. Gistermorgen de kamelenmarkt in Guelmim, toen naar Icht en nu dus in Tafraout. Ze staan op een plek dicht bij ons en we gaan aan de wijn. Met in plaats van toast Berberbrood: we zijn in Marokko tenslotte. We wisselen ervaringen uit en nemen mogelijke routes door voor de komende dagen. June vliegt a.s. vrijdag weer terug naar Nederland en wil nog veel leuke dingen zien hier.

Maandag 19 en dinsdag 20 februari

We beginnen al een beetje in het Tafraout ritme te komen. In de ochtend wat rommelen en Wobbie heeft de eerste gymles weer gehad. In de middag wandelen door het dorp en daarna een spelletje Kubb. Kees heeft weer een fraai veld uitgezet. Na afloop moet dat geëvalueerd worden natuurlijk. Dat doen we met z'n zessen onder het genot van een drankje en een hapje. Zo tot een uur of zes, dan gaat de zon onder en is het buitenleven voorbij.

Op dinsdag gaan we naar de hammam. De nieuwe hammam waar vorig jaar nog van alles bijgebouwd werd. Van al die plannen zijn in elk geval de tien douches klaar. Daarvan proberen we er twee uit: niets mis mee en met erg warm water. De kosten: ongeveer één euro dertig per persoon. Tijdens het bijkomen in de zon komt min of meer toevallig de kapper langs. En laat Wobbie nou net aan een knipbeurt toe zijn. De man heeft nu een tas bij zich met kappers attributen en toert nu rond op een brommer in plaats van op een fiets. De zaken zijn goed gegaan het afgelopen jaar. Ondertussen verschijnen er donkere wolken boven de bergen, en morgen, woensdag, is hier de weekmarkt. Op dinsdag staan er al heel veel kramen met groente, een soort voormarkt. Omdat het nu nog droog is gaan wij ook alvast op groente en fruitjacht. En vers gebrande pinda's, nog lekker warm. Na het bezoek aan de markt gaan we met z'n zessen uit eten. En wel bij Hotel Restaurant Antoine. Op advies van de Duitse gymjuf en in de buurt van het "oude" zwembad. Een prachtig hotel met een keurig gedekte tafel in een grote zaal. Wij eten deze keer "tajine viande au legumes", Marokkaanse salade en koffie na. En er wordt alcohol geschonken: een pilsje kost er € 2,25. We hebben er lekker gegeten. hoewel de porties wel wat groter hadden gemogen en dat voor nog geen zes euro per persoon. Terug bij de camper begint het echt te regenen. Omdat we het eerst bij de camper van Gerrie en Annie zijn, vluchten we daar naar binnen, waar we de dagsluiting houden.   

Woensdag 21 en donderdag 22 februari

Hoog tijd voor een serieuze bergwandeling vandaag, de eerste hier in Tafraout. We zijn met z'n vieren, Gerrie en Annie zijn ook van de partij. En hoewel we onze Belgische gids Frank missen, maken we er een avontuurlijke tocht van. Aanvankelijk denken we een geitenpad te kunnen lopen en volgen we een keutelspoor. Maar hoe hoger we komen op de bergkam, hoe meer sporen we tegenkomen. Uiteindelijk blijkt de hele bergkam vol keutels te liggen. Gelukkig zien we in de verte Tafraout liggen en komen we veilig bij de campers terug. Tegen het einde van de middag krijgen we visite: Piet en Elly en hun hond(je) Arie. We zijn elkaar de afgelopen jaren al vaker tegengekomen in Marokko. Bovendien volgen we elkaars reisverhalen (toesjoeranroet.nl). Een hapje, een drankje en gezellig bijgekletst. Bovendien komt de bakker nog even langs. 's Morgens met brood en in de middag met kokosmakronen. En ook gek op een hapje en drankje. Hij durft er niet rechtstreeks om te vragen, maar aast ook op een pilsje. Op onze vraag of dat wel mag van Allah, maakt hij het gebaar dat Allah uitgerekend op dit moment ligt te slapen.

Op donderdag is er weer gymles. Terwijl Wobbie en de andere deelnemers druk in de weer zijn met lange stokken, maakt Wim een rondje camperplaats. Buurten met de man "met het mutsje", die we elk jaar hier tegenkomen, met Nies en Harrie, die we kennen van een weblog en Wim en Marlies, die we onderweg al een paar keer zijn tegengekomen. Aan het einde van de ochtend gaan we met Gerrie en Annie shoppen in Tafraout. Op zoek naar een batterij voor een horloge, een selfystick, ras el hanout kruiden, elastiek van drie centimeter breed, een schoenmaker en het opwaarderen van een internetkaart. Op de batterij na een geslaagde zoektocht. En, altijd weer leuk, in enkele winkeltjes worden we herkend van voorgaande jaren en hartelijk begroet of toegezwaaid. Geheel volgens de traditie sluiten we het shoppen af met verse jus bij "Cremerie des Amis". Na de middag worden we weer uitgedaagd voor een spelletje Kubb: de dames tegen de heren deze keer. Wie er gewonnen hebben zijn we al weer vergeten, daar ging het eigenlijk ook niet om. Wel om de borrel na afloop natuurlijk.

Vrijdag 23 en zaterdag 24 februari

Na de gymles van Wobbie gaan we weer onder de douche bij de hammam. Dat kost vijftien dirham denken wij, per douche. We gaan dus samen onder één douche: die zijn groot genoeg. Bij het afrekenen van die ene douche moeten we toch twee keer vijftien dirham betalen; de eigenaar rekent per persoon. De volgende keer maar weer twee douches. We maken een koffiestop op de terugweg, maar aarzelen wat bij een terrasje omdat het helemaal in de schaduw ligt. Is geen probleem voor de eigenaar. Voor we het weten staan er twee stoelen en een tafeltje midden op het trottoir in de zon. Voetgangers hier gebruiken de trottoirs toch niet, die lopen gewoon midden op straat. Na het eten houden we siësta in de zon. Waarna Wim naar het dorp moet om het internettegoed op te waarderen, bij dezelfde man als vorig jaar. Ook nu weer vindt hij vijftig dirham voor een maand (vijf gig.) genoeg voor wat we ermee doen. Ook nu weer het opgeheven vingertje: geen films en muziek downloaden. Erg aardige man. Ondanks dat het inmiddels hard is gaan waaien, gaan we toch een eind wandelen. Een grote ronde naar en door het "oude" Tafraout. We hebben lang gedacht dat het een soort buitenwijk van het grote Tafraout was. Maar nee, in het Berberhuis/museum  daar twee jaar gelegen, werd ons onderwezen dat er een oud en een nieuw Tafraout is. We hebben in het oude Tafraout overigens een prachtig huis gevonden, maar weten niet wie de makelaar is.

In de nacht van vrijdag op zaterdag valt er twee keer een bui regen. Op zaterdagmorgen is het gelukkig droog maar zwaar bewolkt. En het is uitgesproken fris. Al met al een beetje een saaie dag. Gymmen, schaatsen kijken, na de middag toch nog in de zon zitten en een spelletje kubb. Tegen het einde van de middag komen Frank en Ria, onze Belgische wandelvrienden, het terrein oprijden. Zij komen uit Aourir, waar we ze voor het laatst gezien hebben. Het wordt weer steeds gezelliger hier. Nu het weer nog.

zondag 25 en maandag 26 februari

Zon, wolken, lange broek, korte broek, vest aan, vest uit enzovoort. Zo ongeveer ziet de zondag in Tafraout er uit wat het weer betreft. Eerst weer wandelen, met z'n vijven, waarbij we om te beginnen langs de camper van Thole en Everdien komen. Thole kent (bijna) iedereen en (bijna) iedereen kent Thole. Dus het duurt even voor we uitgepraat zijn. Daarna eten, in de zon zitten en weer wandelen, nu met z'n tweeën. En aan het einde van de middag aan de wijn bij Wim en Marlies. Dat zijn de activiteiten op deze zondag in Tafraout. We zijn niet uit eten geweest vandaag, enigszins in strijd met de traditie hier. Maar zelf koken zat er ook niet in, dus heeft Wim pizza's opgehaald bij "het zwembad". Echte Italiaanse pizza's gemaakt door een Marokkaanse pizzabakker: heerlijk!.

Maandag wordt de slechtste dag wat het weer betreft tot nu toe. We staan op met regen en dat gaat door tot in de middag. Het gymmen en wandelen zijn afgelast vandaag en in het keteldal is het een dooie, natte boel: iedereen zit binnen. Als het wat droger is geworden, gaan we met Frank en Ria het dorp in. Wat boodschapjes doen en uiteindelijk gaan we maar uit eten. Voor de eerste keer sinds we hier zijn bij Restaurant Marrakech. We worden weer herkend en hartelijk welkom geheten. Wobbie neemt een tajine rundvlees en Wim een met kip. Beiden zijn de lekkerste tajines die we tot nu toe gegeten hebben. Bij de koffie, als toetje, krijgen we nog een schaal koekjes. En dat alles voor zo'n elf euro. Daar kan geen "tafeltje dekje" tegen op. Tot slot van de dag, onder een heel bleek zonnetje, doen we nog een spelletje kubb voor de broodnodige beweging.  

Dinsdag 27 februari

Een prachtige dag in Tafraout, daar waren we na de regen van gisteren ook wel aan toe. De hele dag volop zon en in de middag is het zelfs erg warm. Vanmorgen eerst weer een wandeling, onder leiding nu van onze vaste gids hier Frank (van Ria). Met z'n zessen wordt het weer een prachtige route. Met veel klimwerk in een tempo dat is aangepast aan de gemiddelde leeftijd van de deelnemers. Met, zoals bij bijna elke wandeling hier, prachtige vergezichten en bizarre rotsformaties. Zo is er tegen een bergkam de kop van een leeuw te zien. Tenminste als het zonlicht daar onder een bepaalde hoek opvalt. En dat komt niet zo vaak voor. Wereldberoemd in Tafraout, er liggen zelfs ansichtkaarten van dit verschijnsel in de winkeltjes. Gisteren aan het einde van de middag was "de leeuw" goed te zien. Zie de foto. Na het middagdutje komt er een bekende camper voorbij rijden: Co en Lia Keizer. We kennen elkaar van eerdere Marokkoreizen en volgen elkaars camperavonturen via de weblogs (de keizersreizen.nl). Het wordt één grote gezellige reünie hier in het keteldal. Aan het einde van de middag gaan we weer onder de douche bij de hammam. Voor de liefhebbers even de volledige naam: Complexe Jawharat Tafraout. De vrouw van de eigenaar zit vandaag ook achter het loket en vraagt gniffelend of we weer één douche willen. Nee mevrouw, doe er vandaag maar twee.

Woensdag 28 februari en donderdag 1 maart

Een dag die qua weer fraai begint. Volop zon, weinig wind en een temperatuur die snel oploopt. We tutten, rommelen en kletsen wat, waarna we naar de markt gaan. Groente, fruit en vers gebrande pinda's kopen, een praatje met camperaars die er ook rond lopen en natuurlijk mensen kijken. Een markt in Marokko blijft leuk. Na het eten kunnen we een tijdje in de zon zitten. Tot er een harde wind opsteekt en er steeds meer wolken over komen drijven. We gaan nog even naar een schoenmaker in het dorp, drinken verse jus op het pleintje en gaan snel terug naar de camper voor lange broeken en vesten. Een spelletje kubb kunnen we niet meer afmaken omdat het begint te regenen. En dat gaat een groot deel van de avond door: regenbuien en windvlagen wisselen elkaar af. 

In de nacht van woensdag op donderdag blijft het regenen en waaien. Achter onze camper lag tot dan toe een droge sloot. Vanochtend dus niet meer: kennelijk wordt al het water van de berg achter ons langs de camperplaats afgevoerd. En achter onze camper heeft zich zelfs een heuse waterval gevormd.

Die regen gaat nog een groot deel van de ochtend door, zodat opnieuw het gymmen en wandelen afgelast worden. Rond het middaguur, het is inmiddels droog, gaan we maar met een groepje eten bij Restaurant Marrakech. Het is er gezellig druk en het eten is weer erg lekker. Vervolgens moeten we naar de schoenmaker, die heeft een paar laarzen van Wobbie van nieuwe zolen voorzien. Keurig gerepareerd en afgewerkt, en dat voor nog geen drie euro. Op weg naar de camper komen we langs het nieuwe zwembad. Er is jaren aan gebouwd en verkeert nu in de afwerkingsfase. We worden uitgenodigd om binnen te komen kijken. Het ziet er fraai uit. Helaas zullen we de opening dit jaar wel niet meer meemaken. We zijn wel benieuw naar prijzen en kledingvoorschriften. Hopelijk komen er ook speciale uren voor bejaarde dames en heren, gescheiden uiteraard. Dan kunnen we volgend jaar ook meedoen. Tot slot gaan we de laarzen van Wobbie even uitproberen middels een wandeling door "het achterland" van de camping. Morgen, als we hopelijk de zon weer zien, willen we weer echt wandelen.

Vrijdag 2 en zaterdag 3 maart

We krijgen al vroeg in de ochtend visite; bij het openen van de camperdeur staan er drie ezeltjes op de mat. Die scharrelen hier al een paar dagen rond in de buurt. Nu gaan ze de campers langs en bedelen min of meer om brood en appels. Echte Marokkaanse ezels. Het belooft weer een zonnige dag te worden, dus we gaan wandelen. Twee Belgen, Frank en Ria,twee Duitsers en vier Nederlanders, Co, Lia, Wobbie en Wim, deze keer. Een route door een soort kloof, waarna we op een hoogvlakte de "Blauwe Rotsen" zien liggen. Via een klauterpartij komen we in een andere kloof terecht en zijn we na ruim tien kilometer terug bij de campers. Daar nemen we afscheid van Gerrie en Annie: zij gaan naar Agadir om er familie op te pikken van het vliegveld voor een verder rondreis. Dat was tenminste de bedoeling, maar na vijftien kilometer rijden hield de camper er mee op. Ze worden teruggesleept naar de garage van Mohammed hier in Tafraout. Als we in de loop van de middag daar even gaan kijken is Gerrie al druk aan het sleutelen om een gesmolten kabelboom te repareren: in een geleende overal en op slippers. Hij lijkt bijna een echte Marokkaanse monteur. Gelukkig weet hij alles van auto's dus het zal ongetwijfeld weer goed komen.

De zaterdag belooft een slechte dag te worden wat het weer betreft. Althans volgens allerlei app's, weersites en andere profeten. Maar bij het opstaan schijnt de zon volop en is van de alom voorspelde regen nog geen sprake. Weer gymmen dus (Wobbie) en een kijkje bij de garage van Mohammed naar de camper van Gerrie (Wim). Na het eten gaan we fietsen en komen terecht in een gehucht van de "Amandel Vallei", pal onder de rots met de leeuwenkop (zie de foto van een paar dagen geleden). We komen een aantal uitnodigende borden tegen van koffietentjes, maar die blijken allemaal gesloten. Op de terugweg gaan we nog maar weer even naar de camper van Gerrie en Annie. Er worden vorderingen gemaakt maar volgens Gerrie "kump et vandage noch nich kloar". Aan het einde van de middag gaan we weer naar de hammam en als we terug zijn bij de camper komt dan eindelijk de lang verwachte regen. En heel veel, binnen de kortste keren horen we weer de waterval achter ons ruisen. 

Zondag 4 en maandag 5 maart

Na veel regen de afgelopen nacht blijft het vandaag gelukkig droog. Het is wel erg fris met af en toe een bleek zonnetje. In de ochtend kijken we naar het WK schaatsen op de sprint, waarna we rond het middaguur bij de camper van Gerrie en Annie gaan kijken. Met behulp van Kees wordt er nog hard gesleuteld, maar het einde is in zicht. Omdat het zondag is gaan we uit eten. Samen met Frank en Ria opnieuw bij "Marrakech". We zijn er zo onderhand kind aan huis: een vaste tafel, koffie en koekjes van het huis enzovoort. Terug op de camperplek komt Gerrie net het terrein oprijden. Na twee en een halve dag sleutelen is de schade hersteld. We drinken met z'n allen een borrel op de goede afloop en het is tevens het afscheid van Gerrie en Annie. Morgen vervolgen zij hun rondreis.

Op maandagmorgen is er weer een wandeling gepland. In goed overleg wordt er besloten om met z'n zessen en een hondje naar de "duikplank" te gaan: een uitstekend horizontaal rotsblok hoog boven op een bergkam. Volgens de Garmin van onze Duitse buurman tweehonderd meter boven het Keteldal. Na een forse klauterpartij bereiken we uiteindelijk het rotsblok. En ondanks de bewolking is het uitzicht fantastisch. En, ook leuk, we worden vanaf de camperplek op de foto gezet door Lia Keizer. Daarom deze keer maar liefst twee foto's. Eén van onderen en één van boven. De eerste van Lia , de tweede van Wim. Was het naar boven klauteren al een hele klus, het afdalen is minstens zo heftig vanwege het risico van uitglijders door los liggende stenen. Uiteindelijk komen we alle zes plus het hondje weer heelhuids beneden. Terug bij de camper gaan we aan het kokkerellen. Dat kan nog buiten, maar voor het eten zelf moeten we naar binnen want het begint te miezeren. En dat blijft het de rest van de dag doen. Desondanks gaan we met Frank en Ria het dorp in: met dit weer ga je geld uitgeven. Shoppen noemen ze dat geloof ik, met als resultaat een vrolijke juwelier, een blije schoenenverkoper en een tevreden supermarkteigenaar. Tot slot drinken we nog koffie bij de banketbakker. En, nu we er toch zijn, nemen we heerlijk gebak mee voor vanavond; een trotse banketbakker achterlatend.  

Dinsdag 6 en woensdag 7 maart

Een sombere, natte dag in Tafraout; het miezert bijna de hele dag. Je wordt er niet echt nat van, maar maakt het buiten zijn onaangenaam. Na het gymmen en het gebruikelijke gerommel in en rond de camper in de vroege ochtend, gaan we echt aan het werk. De koelkast moet schoongemaakt worden. En dan niet van binnen, maar van achteren, de brander en het rookkanaal. Bij normale campers doe je dat via roosters in de buitenwand. Bij ons moet de hele koelkast uitgebouwd worden omdat we een "dakdoorvoer" hebben. We zijn er de hele ochtend mee bezig, bij het echte schoonmaakwerk geholpen door buurman Kees. Uiteindelijk zit het ding weer op zijn plek, glanzend schoon van achteren: jammer dat je er niets van ziet. In de loop van de middag moeten we nog even naar het dorp. We moeten een ring ophalen bij de juwelier, die op maat gemaakt moest worden. En nu we er toch zijn kopen we er nog twee oorringen bij: twee halen, één betalen. Op de markt slaan we alvast groente in en kopen bij de banketbakker gebak. Dinie en Kees komen op de borrel, waarbij we een toast uitbrengen op de schone koelkast. 

De woensdag begint weer zwaarbewolkt, maar het is in elk geval droog. We gaan wandelen. Eergisteren, boven op de "duikplank", zagen we in de verte een dorpje liggen. Dat wordt dus de uitdaging voor vandaag, samen met Frank, Ria, Co, Lia, Rene en hondje en wij tweeën. Via een kloof komen we op een hoogvlakte, waar plotseling de zon volop schijnt. En in die blakende zon bereiken we het doel, het naamloze dorp. Een aardige moskee, drie mooie huizen en een paar watertorens zijn het vermelden waard. Helaas geen levende wezens te bekennen: geen mensen, geiten, schapen, honden of katten. Enigszins teleurgesteld beginnen we aan de terugtocht. Gelukkig maakt het geweldige landschap veel goed. Na zo'n vijftien kilometer wandelen zijn we tegen één uur terug bij de campers: een beetje moe, maar voldaan. In de loop van de middag gaan we nog een keer naar de markt. Onder andere voor vers gebrande pelpinda's. De man kent ons van de voorgaande keren en wordt helemaal enthousiast als hij hoort dat we een kilo willen kopen. Hij blij, wij blij en met de mededeling dat hij de volgende week weer op dezelfde plek staat nemen we handen schuddend afscheid. Tot slot van de dag toch nog een keer naar de juwelier. In een mooi doosje zaten de verkeerde oorringen. Helemaal geen probleem en met de goede oorringen en een cadeautje gaan we naar de hammam. En die man is ook al zo aardig: het komt vast door het mooie weer vandaag. 

Donderdag 8 en vrijdag 9 maart

Na een bewolkt begin van de dag, zien we steeds vaker de zon, maar het waait af en toe behoorlijk. We gaan maar weer eens eten, een gegrilde "kip compleet" bij het kiprestaurant onder in het dorp. En we zijn niet de enigen. Op een geven moment zitten we met twaalf Nederlanders aan de kip. Niet duur en toch lekker, vandaar natuurlijk. Na de kip gaan we fietsen naar de "Blauwe Rotsen". Dat doen we elk jaar wel een keer als we hier zijn. De weg er heen loopt geleidelijk omhoog. Tot de afslag, waar het asfalt verandert in gravel. Die weg loopt als het ware om de vallei heen waar groepen rotsen van met name de kleur blauw zijn voorzien; lang geleden door een Belgische kunstenaar. We volgen de gravelweg en komen langs het naamloze dorp waar we deze week heen gewandeld zijn. Uiteindelijk komen we een kilometer of zes voor Tafraout, op een gewone asfaltweg weer uit. Al met al een rondje van zo'n vijfentwintig kilometer.

De vrijdag is een stralende dag in het Keteldal, de hele dag zon en erg warm. Om negen uur gaan we weer wandelen: Co, Lia, Frank, Ria en Wobbie en Wim (wij dus). Aan de rand van het Keteldal ligt een prachtige berg met de vorm van een vrouwenborst, inclusief een rotsblok op de punt. Wij noemen het de tepelberg. De uitdaging voor vandaag is dus die berg te beklimmen tot op de punt, de tepel. En dat wordt een enorme klimpartij. Nog voor we echt omhooggaan komen we twee dames tegen die ezeltjes uitlaten. We leggen uit wat we van plan zijn en vragen naar een handige route. Volgens de dames moeten we gewoon recht omhoog klimmen. Op onze leeftijd doen wij dat maar zigzaggend. Na twee en een half uur bereiken we de top, waar we ontdekken dat "de tepel" uit twee enorme rotsblokken bestaat. We pauzeren er geruime tijd en genieten opnieuw van het geweldige uitzicht, voor we aan de afdaling beginnen. Na anderhalf uur zijn we terug bij de campers. Voor we kunnen uitblazen moeten we eerst met het water aan de gang: de waterwagen komt net aanrijden en we zitten bijna zonder. Een volle tank kost nog geen twee euro vijftig, inclusief drie volle wasbakken. De waterman kijkt niet op een litertje. Na het eten gaan de stoelen in de ruststand. Wel onder de luifel, want in de zon is het te warm voor ons.

Zaterdag 10 en zondag 11 maart

Een beetje een rommeldag vandaag. We nemen afscheid van de gymjuf, die aan de terugreis begint, prutsen wat met de brander van een gasflesje en proberen een elektrische fiets van zijn kuren af te helpen. Verder veel in de zon zitten, een wandelingetje door het dorp, een spelletje kubb, en aan het einde van de dag naar de hammam. 

Op zondag moeten we op tijd uit de veren. We gaan weer wandelen en daarvoor moeten we om negen uur bij Hotel Les Rochers Peints zijn. Die wandeling is georganiseerd door, simpel gezegd, het toeristenbureau van Tafraout, onder leiding van een gids. Op de flyer staat dat de route zo'n acht kilometer lang is en langs een drietal dorpen loopt. Er zijn ruim veertig deelnemers, heel veel Fransen, enkele Nederlanders en een paar Belgen, en je moet je inschrijven. Bij het startpunt staat een tafel vol flesjes water en een aantal lunchpakketten. Voor elke deelnemer één, keurig geregeld. Na het eerste dorp, Tazka, gaan we klimmen. En nogal flink ook. Iets te heftig voor een buurvrouw, die noodgedwongen moet besluiten terug te gaan. Alleen terug afdalen is niet raadzaam en Wobbie besluit om de buurvrouw te vergezellen, terug naar de campers. Het vervolg van de route komt ons bekend voor, hier hebben we deze week ook gelopen. Na het klimmen volgt er een hoogvlakte en zie je in de verte de "Blauwe Rotsen" liggen. En daar gaan we nu heen. Als we er zijn, hebben we er acht kilometer opzitten. Kennelijk geven ze hier een route aan als een enkele reis. Er wordt een lange pauze gehouden bij Cafe-Camping-Resto Oumreght. Een, laten we zeggen, eenvoudige uitspanning aan de voet van een wat verschoten blauwe rotsformatie. Als de lunchpakketten leeg gegeten zijn, beginnen we aan de terugtocht van ook weer acht kilometer. Even voor Tafraout komen we door het prachtige dorp Agouerd Oudad. Mooie huizen, goede straten en geen rommel en troep her en der. Een beetje een on-Marokkaans dorp. Terug bij de campers, het is dan inmiddels half twee, is er ruim zestien kilometer gewandeld. Na een uitgebreide middagpauze gaan we uit eten, het is zondag tenslotte. Dat doen we deze keer bij Restaurant Lakashba. Heerlijke tajines daar, alleen jammer van de koffie: Nescafé......Maar wel van het huis.

Maandag 12 en dinsdag 13 maart

Opnieuw een wandeling vandaag, nu met vier Nederlanders en twee Belgen. Lia, Co , Frank en Ria en wij dus. Even buiten Tafraout ligt een kloof waar water doorheen stroomt. Niet het meest heldere water, het komt vanuit een zuiveringsinstallatie en is, afgaande op de lucht, nog niet helemaal gezuiverd. De voorgaande jaren hebben we geprobeerd door die kloof te lopen cq te klauteren, zowel de ene als de andere kant. Tot nu is het niet gelukt helemaal door die kloof te lopen. Vandaag dus een nieuwe poging. Het begin is hoopvol en we kunnen de kloof een heel eind inlopen. We passeren twee Marokkaanse dames met een enorme kudde geiten. De dames zitten te eten onder een boom en zwaaien vriendelijk naar ons. En terwijl wij aan de ene kant van de kloof lopen, lopen de geiten luid mekkerend aan de andere kant op de berghelling met ons mee. Tot plotseling met veel lawaai de dames rennend achter de kudde verschijnen. De meute wordt tot de orde geroepen middels kreten en een enkele steen. We zien met verbazing hoe de dames weer controle krijgen over de kudde: alle neuzen staan vrij snel weer de kant op waar ze vandaan kwamen. De wandeling door de kloof wordt geleidelijk aan een klauterpartij onder het mom van "we laten ons niet kennen". Tot we uiteindelijk niet meer verder langs het water kunnen en de bergwand op moeten. . Op de dichtstbijzijnde wand komen we tot halverwege, waar we ons vast klauteren. Dus weer terug, het water over en via de andere wand maar omhoog. En juist op dat keerpunt schieten er twee wilde zwijnen voor onze voeten weg. We weten dat die beesten hier zitten, maar je ziet ze zelden. Ook dit waren snelle jongens: te snel voor foto's. We blijven nog een tijdje doodstil wachten, maar ze laten zich niet meer zien. Het vervolg van de klauterpartij is heftig en af en toe nog link ook. Vooral vanwege losse stenen  en gruis waarop je uit kunt glijden. Na vijf uur avonturieren zijn we terug bij de campers. Het is dan inmiddels half drie en we vinden het mooi geweest voor vandaag. Nog lekker luieren in de zon, een beetje kletsen hier en daar en een spelletje kubb. Alweer een dag voorbij.

Na alle inspanningen van gisteren besluiten we op dinsdagmorgen voor een "eenvoudige" wandeling. Achter de camperplaats loopt een route die aangegeven wordt met witte stippen. Die begint zo ongeveer bij een paar nomadententen achter in het keteldal. Frank en Ria hebben nog twee zakken kleding over en die geven we eerst af bij één van de nomadententen. Aan een mevrouw met de naam Kria, die er erg blij mee is. En wij zijn ook blij omdat we de indruk hebben dat de kleding op een goede plek terecht gekomen is. De wandeling daarna verloopt probleemloos, zonder spectaculaire klimpartijen en afdalingen. Na ruim drie uur en tien kilometer verder komen we uit in de "Amandelvallei", op een afstand van twaalf kilometer van Tafraout. We hebben geen puf meer om die kilometers nog te lopen en besluiten om een taxi te nemen. En dat gaat als volgt hier. Als er een wat grotere auto aankomt, ga je zwaaien, waarop de chauffeur vraagt wat er aan de hand is. We willen naar Tafraout zeggen we, kunt u ons er heen brengen? Waarop de auto met de koplampen in de goede richting gezet wordt en iedereen uitgenodigd wordt in te stappen. Voorin Frank, Co en de chauffeur, achterin Wobbie, Ria, Wim en Lia. Aan Lia de taak de deur vast te houden tijdens het rijden, zodat we allemaal in de auto blijven zitten. Een auto van, denken wij, vijftig jaar oud, met wat achterstallig onderhoud. Zo ziet hij er uit en zo rijdt hij ook. Kraken, piepen, op vier verschillende wielen en voorzichtig schakelen. Volgens Frank zat de versnellingspook er los in. Maar we komen op de plaats van bestemming, de camperplaats in Tafraout. En dat voor, omgerekend, vijfenveertig eurocent per persoon. Je maakt wat mee tijdens een camperreis. De rest van de middag is het weer bijkomen in de zon, wat knoeien aan de fiets van Wobbie en flessen drinkwater halen. En aan het einde van de middag met z'n vijven nog even Tafraout in. Naar de schoenmaker, de juwelier en naar Omar, de banketbakker.

Woensdag 14 en donderdag 15 maart

Komend weekend zijn hier in Tafraout de zogenaamde Amandelfeesten. Veel muziek, een beurs met vooral streekproducten, een wielerkoers en allerlei activiteiten in de straten met een hoog braderie gehalte. Het hoogtepunt van het jaar hier. Zo langzaam maar zeker neemt de opwinding toe. De voorbereidingen zijn in volle gang, zoals de bouw van een podium, het inrichten van het beursterrein, ophangen van vlaggen enzovoort. Kortom het is druk in het dorp. Zo ook op de markt vandaag. Veel meer kramen en volk dan anders. Na de middag gaan we bij Dinie en Kees op visite. Zij gaan binnenkort terug naar Europa en hebben nog wat drank in voorraad die ze niet mee terug willen nemen. Met z'n achten doen we ons best dit probleem op te lossen. Waarbij we geholpen worden door een min of meer toevallige voorbijganger. Op een bromfiets, met twee koeltassen vol geitenkaasjes. Daarvan wordt er één aangesneden en we mogen proeven. Hij krijgt een drankje aangeboden en dat moet een blikje bier zijn. Wij vinden zijn geitenkaas niet lekker, hij het pilsje wel. En het kost nogal wat moeite hem weer op zijn brommer te krijgen met zijn kaasjes: op weg naar de volgende camper. Juist op het moment dat het samenzijn wordt beëindigd, worden we opgeschrikt door een enorme knal. Achter de camperplaats is een terrein ingericht voor een paardenhappening. Een soort cavalerie gebeuren inclusief geweersalvo's. Met die knal is volgens ons het festival geopend. Maar wij gaan eerst naar de hammam: we willen schoon en gewassen aan het echte feest beginnen.

Op donderdag staat er weer een wandeling op het programma. Deze keer een route achter het dorp langs. Eerst langs de zuiveringsinstallatie en daarna via het voetbalveld een vallei in. Daar komen we een hotel in aanbouw tegen. Een groot grijs betonnen karkas, waar volgens Frank al jaren niets meer aan gedaan wordt. Er zitten twee mannen voor de ingang en wenken dat we binnen mogen kijken. Bovenin op de vierde etage heb je een fraai uitzicht over Tafraout en de omgeving. En dat is ook het enige dat "af" is aan dit bouwwerk. Het vervolg van de route loopt door een mooie vallei. Met waterpartijen, kikkers, vogels en sporen van wilde zwijnen. Uiteindelijk komen  we uit in het fraaie dorp Agouerd Oudad, een eind voor Tafraout. Als we terug zijn bij de campers hebben we veertien kilometer gelopen: hoog tijd om bij te komen in de zon. Aan het eind van de middag wandelen we nog een keer naar het dorp, samen met Frank en Ria. Het is er gezellig druk. Veel mensen op straat en het en der verschijnen al de eerste kleedjes en tafels met allerlei koopwaar. Even naar de schoenmaker, waar de sandalen van Wim worden gerestaureerd, een paar "babouches" kopen en wat boodschapjes doen bij de supermarkt. Voor het eerst sinds we in Marokko komen staan daar potten met het opschrift "Pindakaas". We vragen ons af hoe een Marokkaan dat uitspreekt. Tot slot van het shoppen gaan we nog even aan de koffie bij de banketbakkerij van Omar. 

Vrijdag 16 en zaterdag 17 maart

Vandaag een eenvoudige wandeling. In de buurt van het dorp Tazka is een beroemde, eeuwenoude rotstekening te bewonderen. We zijn er acht jaar geleden ook al eens geweest, maar het is weer even zoeken voor we die gevonden hebben. Op een plat liggende rots vinden we die uiteindelijk. Het zou een dier voor moeten stellen, maar daar moet je een kenner voor zijn of veel fantasie hebben. Er boven is een veel betere afbeelding zichtbaar van een soort gems: maar die tekening schijnt nep te zijn. Tegen twaalf uur zijn we terug. En ondanks de harde wind gaan we, in de zon, nog even aan de wijn met Frank en Ria. Als voorafje aan de tajines bij Restaurant Marrakech. Waar het erg druk is, niet alleen met toeristen, maar ook met een tiental "hooggeplaatste" Marokkanen. Volgens ons het organisatiecomité van het Amandelfeest. Aan het einde van de middag moeten we nog even het dorp in om de sandalen van Wim op te halen. Er is achterstallig onderhoud gepleegd: gelijmd, gestikt en voorzien van nieuwe binnenzolen: voor nog geen drie euro. Op de terugweg lopen we nog even over het beursterrein. het is er gezellig druk ondanks de inmiddels erg koude wind.

Na een erg koude avond en nacht, schijnt op zaterdagmorgen de zon weer volop. Weer wandelen dus, met Co, Lia, Frank en Ria en met Gerrie en Annie erbij. Die zijn gisteravond teruggekeerd in Tafraout na een korte rondreis met familie. Weer een fraaie route vandaag: heuvels op en af en berghellingen omhoog en weer omlaag. Weer tien kilometer, waar we drie uur over doen. Net genoeg voor onze leeftijd. Tijdens de middagpauze is het wachten op de waterwagen, we zitten bijna zonder. Gelukkig kan dat heerlijk in de zon, want het wachten duurt lang. Sterker nog, die blijkt uiteindelijk vandaag helemaal niet te komen: misschien wel vanwege het Amandelfeest. Aan het einde van de middag gaan we het dorp in met z'n zessen. Het is er razend druk, veel mensen op straat en op de terrassen. En het hele dorp staat vol auto's. Wij gaan koffie drinken bij Omar en pizza eten bij "het zwembad". Tot zonsondergang is dat nog leuk, daarna wordt het stervenskoud. We laten het feestterrein voor wat het is en vluchten naar de campers.    

Zondag 18 en maandag 19 maart

Het hoogtepunt van het Amandelfeest is voorbij. Dat was de zaterdag en dan met name de avond. Veel muziek op het grote podium en een plein vol mensen en heel veel oud-Marokkaanse cq oud-Hollandse spelletjes. De enige activiteit op zondag is nog een wedstrijd kleiduiven schieten, pal achter de camperplaats. In tegenstelling tot vorig jaar een saai gebeuren. Geen zang en dansgroepen om de boel op te vrolijken en erg weinig publiek. We hebben de indruk dat het feest dit jaar minder uitbundig was dan vorig jaar. Wij gaan nog maar weer eens wandelen naar de duikplank. Niet alle wandelaars van de groep zijn daar dit jaar al geweest. En wel naar Tafraout komen en dan niet naar de duikplank klimmen kan natuurlijk niet. We hebben er mooi weer bij en de vergezichten zijn opnieuw prachtig. Het klimmen, de fotosessies op de plank en het afdalen gaan allemaal goed. Tot de laatste kilometer. Op een vlak terrein hebben wilde zwijnen zitten wroeten. En in één van die gaten stapt Wobbie mis. Het gevolg is een verstuikte enkel, waarop in de loop van de middag een enorm ei groeit. Met verbandmateriaal van de buren, "schmertzgel", natte lappen en de voet omhoog, proberen we de schade te beperken. Aan het einde van de middag gaan we toch naar de hammam voor een douchebeurt. Op de fiets, want lopen zit er voorlopig even niet in.

Op maandag is er een grote uittocht van campers. De feesten zijn voorbij, De rust keert terug in Tafraout en nu dus ook op de camperplek wordt het rustig. Het begin van de dag staat in het teken van afscheid nemen. Afscheid van Co en Lia, enthousiaste deelnemers van de wandelclub, van de buren Ge en Lia en zelfs van onze Franse buren. Dagen amper contact gehad tot een half uur voor ze vertrekken. Ook hen zwaaien we vriendelijk uit. Verder wordt het een rommeldag. Wandelen zit er even niet vanwege de voet van Wobbie, maar fietsen gaat redelijk. Dus wat boodschappen doen in het dorp en aan de verse jus op een terras. Daarna de drankvoorraad inventariseren, een leeg gasflesje ruilen voor een volle (kost hier één euro), wat opruimen, lezen en puzzelen. Aan het einde van de middag nemen we nog even de dag door met Annie, Gerrie, Kees en Dinie. Omdat het weer hard is gaan waaien, hebben we een "terras" gecreeërd: uit de wind en in de zon. En met een drankje natuurlijk. 

Dinsdag 20 en woensdag 21 maart

Op dinsdagmorgen maar weer eens een reparatiepoging om de fiets van Wobbie weer aan de gang te krijgen. We hebben een mail van de fietsenmaker uit Apeldoorn gekregen voor een mogelijke oplossing: een sensor onder trappers moet schoongemaakt worden. Maar hoe we ook poetsen en schoon de sensor er ook uit gaat zien, elektrische ondersteuning is er niet meer bij. We beginnen de moed een beetje op te geven. Dus gaan we zonder fietsen naar de markt. Tevens een aardige oefening voor de verstuikte enkel van Wobbie. Vandaag gaan we vooral voor de groente en fruit. Morgen nog een keer, maar dan vooral om mensen te kijken. In de loop van de middag is er weer een afscheidsbijeenkomst. Dinie en Kees beginnen morgen aan de terugreis. Hun drie maanden, de periode dat een visum geldig is in Marokko, zit er eind deze maand op. Samen met Frank, Ria, Gerrie, Annie, Dinie en Kees zelf, maken we er een gezellige boel van, met hapjes en drankjes. En uiteraard komt Ahmed, de broodverkoper 's ochtends, ook even langs op zijn fiets. Nu met de smoes dat hij kokosmakronen te koop heeft. Volgens ons gaat het hem meer om de hapjes en drankjes.

Op woensdagmorgen dus het echte afscheid van Dinie en Kees. Zij zijn niet de enigen die vertrekken. De camperplaats loopt langzaam leeg. Wij gaan nog maar eens naar de markt.  Dat zal voor ons de laatste keer zijn hier in Tafraout dit jaar. We slaan nog wat extra groente in en uiteraard vers gebrande pinda's: een hele kilo. De pindaman heeft weer een goede dag. We eten nog een keer "poulet roti" bij Snack Craminssn, waar we nu midden tussen de Marokkanen zitten. De kip smaakt er uiteraard niet minder om. En we kopen nog rundvlees bij één van de vele slagers hier. Op een enorm dijbeen van een koe mogen we aanwijzen welk stuk en hoeveel we willen hebben. Terug bij de camper gaan we in de zon zitten. Maar, zoals bijna elke middag, begint het om twee uur hard te waaien. En dat duurt tot acht uur in de avond, dan is het weer windstil. In de luwte van een muur houden we het zonnen nog een tijdje vol. Maar hoe harder het waait hoe frisser het wordt. Met lange broeken en vesten aan drinken we nog een borrel bij Gerrie en Annie. Alweer een afscheid: zij gaan morgen verder.  

 

Donderdag 22 en vrijdag 23 maart

Onze één na laatste dag in Tafraout. Dat hebben we vandaag besloten. De planning is als volgt. Zaterdag naar Tifnit, aan de kust. Daar in de buurt ligt een camping van een Fransman, Bakanou, van alle gemakken voorzien. En ze kunnen er gasflessen vullen met propaangas. Als dat lukt komen we op de terugweg niet zonder te zitten. Na één of twee dagen Bakanou gaan we naar Agadir. En daarna zien we wel; de vervolgroute zal vooral van het weer afhangen. Op maandag twee april willen we met de boot terug naar Europa. Tot zover de planning, hoewel je dat bij ons en in Marokko nooit zeker weet. 

Vandaag maar weer eens een wandeling, een soort training voor de verstuikte enkel van Wobbie. Over een min of meer vlak terrein onder een stralende zon en geen wind. Die steekt weer op rond twee uur, zoals ook de afgelopen dagen. Aan het einde van de middag gaan we met Frank en Ria naar de banketbakkerij van Omar en daarna onder de douche bij de hammam. Allebei als onderdeel van de afscheidstournee hier.

Op vrijdagmorgen gaan we voor de laatste keer wandelen in Tafraout. Met Frank en Ria, en met Yusef, de ober van het kiprestaurant. Die komen we aan het begin van de route tegen. Wobbie herkent hem aan het gat achterin zijn zwarte broek, zijn witte overhemd en zwarte spencer. Bovendien hangt de baklucht van patat en kip nog om hem heen. Hij heeft een vrije dag, spreekt nauwelijks Frans, dus de communicatie verloopt moeizaam. Maar hij blijft meelopen, op slippertjes, tot we na negen kilometer weer terug zijn op de camperplek. Daar slaat hij linksaf, wij rechtsaf: we menen te begrijpen dat hij moe is en gaat slapen. Wij zijn ook moe, maar willen eerst eten. En dat doen we bij Restaurant Marakech. Alweer in het kader van het naderende afscheid van Tafraout. Daarna is het opruimen en inpakken geblazen. De fietsen, het windscherm, de mat enzovoort, alles moet weer mee. Aan het einde van de middag drinken we nog een wijntje met onze Nederlandse buren Gré en Adrie. Zij zijn hier twee dagen geleden neergestreken en wonen in Ugchelen. Een gezellige bijeenkomst op het "terras" achter de campers in de luwte van een muur. Dat kan nog tot een uur of zes. Dan verdwijnt de zon achter de berg en wordt het uitgesproken fris.  

Zaterdag 24 maart

We zijn vroeg wakker want om half acht komt de bakker al langs. Sedert een paar dagen hebben we een nieuwe broodbezorger. De originele, Ahmed van "bröt bröt bröt" zou vertrokken zijn naar Agadir. Wij zijn dus vroeg klaar voor het vertrek uit Tafraout. Na afscheid genomen te hebben van Frank, Ria, Adrie, Gré en Abdullah, de nachtwaker, gaan we op weg naar de kust. We rijden over de R105 via Ait Baha naar Biougra en van daar uit naar het dorp Tifnit, pal aan de kust. Tot Biougra is het een bergrit: een prachtige route door een fraai landschap. Het laatste stuk is vlak en ronduit saai. We staan op de camping met de naam Bakanou, even voor Tifnit. Een camping van een wat wonderlijke Fransman: aardig, maar af en toe net iets te. Maar we kunnen hier een gasfles laten vullen met propaangas en dat is vrij bijzonder in Marokko. En het weer? Zonnig en een lekkere temperatuur, maar een enorme wind. Onderweg op de vlakke gedeeltes werd de zon bijna verduisterd door bruine stofwolken. Die heb je hier niet, maar je wordt buiten bijna gezandstraald. En zo is er altijd wat. We lopen nog even een rondje met soms de wind mee en soms tegen. Maar wij vinden het hier eigenlijk helemaal niet leuk: het dorp is saai en de omgeving bestaat uit plastic kassen afgewisseld met kale vlaktes. Nog veel saaier dus. Maar de camping heeft behalve propaangas ook heerlijke douches! 

Zondag 25 maart

We zijn weer op tijd uit de veren. Ook in Marokko is de zomertijd ingegaan en wij hebben altijd een paar dagen nodig om te wennen. En waarschijnlijk moet die Franse mijnheer van de camping ook nog wennen. Als we willen afrekenen wordt ons toegesnauwd dat dat hier 's avonds dient te gebeuren: overdag is hij aan het werk. Wim biedt excuses aan, betaald alsnog en vraagt naar de gasfles die gisteren gevuld is. Waarop de man reageert dat er vandaag niet gevuld kan worden omdat er geen zon is. Het vervolg is een enorme spraakverwarring en hij lijkt een soort act op te voeren. Spreekt plotseling geen woord Engels meer en het kost heel veel moeite hem mee te krijgen naar het "gashok", waar achter een afgesloten, doorzichtige deur onze gasfles staat. Gevuld en met een viltstift voorzien van de inhoud en de prijs. Er wordt iets overstaanbaars gemompeld, Wim betaald 209 dirham (€ 19,00) en loopt weg met de gasfles. We hebben de man niet meer gezien en vinden dat helemaal niet erg.

We gaan op weg naar Agadir. Eerst naar de supermarkt Marjane en daarna op zoek naar een parkeerplaats dicht bij de boulevard. Een soort gedoogplek waar je kunt overnachten, waarvan we de gegevens hebben gekregen van Piet en Elly. Het is er enorm druk, zoals overigens overal in Agadir, want het is zondag en daar hebben we even niet aan gedacht. Bovendien moet Agadir tegen Tanger voetballen: overal komen we groepjes uitgelaten Tanger supporters tegen. Op de parkeerplaats wordt er een plek voor ons gecreëerd door een bewaker: voorlopig staan we. We gaan wandelen over de boulevard met heel veel mensen op het strand. En op zoek naar een grote winkel, Uni Prix, lopen we zo maar de dierentuin in, gratis en voor niets en ook al druk. Veel vogels en pluimvee in enigszins gedateerde kooien, maar een mooi aangelegd terrein. Als we bij de grote winkel aankomen, mogen we er niet meer in: die is op zondag tot één uur open, en het is half twee: a demain madam. Even verder komen we langs een dameskapper, Valentino. We kennen de naam en de reputatie van alweer Elly en Piet. En hij is open en staat ons buiten al op te wachten. Terwijl er druk geknipt wordt binnen, gaat Wim een blokje om, waarbij het opvalt dat er heel veel gesloten is op zondag. Behalve kapper Valentino dan: het knippen en alles wat daar bij hoort neemt een uur in beslag en kost 100 dirham (€9,00). Het resultaat is er naar en dat mag ook wel voor die prijs. Maar we zijn in Agadir en de prijzen liggen hier op een ander niveau dan in het zuiden. Dat merken we ook op een terras: de koffie kost er omgerekend twee euro. En je kunt er zelfs een biertje krijgen, net zo duur als een kopje koffie. Ondertussen wordt er druk ge-whats-app't met Frank en Ria. Zij zijn vanochtend uit Tafraout vertrokken en zijn ook op weg naar Agadir. Contact in de zin van "waar staan jullie" en "is daar nog plaats". Nou alles is dus vol waar we staan, maar gelukkig weet Frank nog een alternatief. Even buiten alle drukte van Agadir op een stille plek. Om ons heen ligt iedereen te slapen, of beter gezegd iedereen is ingeslapen. Bij het kerkhof dus. We zitten nog lang buiten bij te praten. We hebben er heerlijk weer bij en het belooft een warme nacht te worden.     

Maandag 26 maart

Het was inderdaad een warme nacht. Ondanks de openstaande dakluiken is de temperatuur niet beneden de twintig graden geweest. En we hadden een paar waakhonden onder de camper liggen, gelokt met hondenkoekjes. Die roken om een uur of drie onraad en maakten een half uur lang een hels kabaal. Maar met succes, er durfde niemand bij ons in de buurt te komen. Na het ontbijt nemen we opnieuw afscheid van Frank en Ria, zij gaan naar de camping in Aourir. Wij gaan nog een keer Agadir in. Naar de Uni Prix, de winkel die gistermiddag gesloten was. Een bijzondere winkel, met van alles wat. Een combinatie van een Chinese winkel, de Action, de Wibra en Gall en Gall. En dan met name het assortiment alcoholische dranken is indrukwekkend. Evenals de prijzen. Na nog een rondje Agadir te voet, gaan we weer op weg en stoppen zo'n dertig kilometer verder op Camping Terre d'Océan , even voorbij het dorp Taghazout. We waren er twee jaar geleden voor het laatst en toen was het er overvol. Nu is het erg rustig en we kunnen kiezen uit de mooiste plaatsen. Het meest bijzonder aan deze camping is de ligging. Hoog boven de zee op een plateau, met een prachtig uitzicht over die zee. En we hebben er prachtig weer bij. De hele middag besteden we aan lezen, puzzelen en dutten in de zon. En ook het eten en afwassen doen we buiten. Tot we om acht uur de zon in de zee zien zakken. 

Dinsdag 27 en woensdag 28 maart

Opnieuw een erg warme dag in Taghazout. We gaan maar weer eens een wandeling maken door het achterland van de camping; een route die we al eens eerder gelopen hebben. Maar het eerste deel van het wandelpad is nu een verharde weg geworden, klaar voor een laag asfalt. We hebben geen idee waar die uitkomt en willen dat eigenlijk niet weten ook. We kiezen een eigen route die uiteindelijk uitkomt op de doorgaande weg langs de kust. En daar kunnen we nog ergens koffie drinken ook! Terug bij de camper hebben we er toch weer tien kilometer opzitten. Genoeg om de rest van de dag in gepaste rust door te brengen.

De woensdag is marktdag in Aourir en daar willen we natuurlijk heen. Dat doen we met de camper die we aan de rand van het dorp parkeren. Bewaakt, dat wil zeggen dat er een mannetje in een geel hesje rond loopt die wil vangen als je weggaat. Op de markt komen we Frank en Ria tegen, die met de fiets vanaf de camping in Aourir zijn gekomen. We kopen weer van alles: groente, fruit, olie, crème en meer van die dingen die we denken nodig te hebben. Of om weg te geven. Na de markt gaan we met z'n vieren naar het "smoothie-adres": ons traditionele afscheid van Aourir, en nu dus ook van Frank en Ria. Zij gaan deze week al terug naar België. Terug bij de camper staat de bewaker al op ons te wachten. We geven vijf dirham, bijna vijftig cent, waar hij tevreden mee is. Terug op de camping zoeken we een andere plek en staan nu pal aan de zeekant. Het waait een beetje en dat geeft wat verkoeling. We staan nog maar net op de nieuwe plek, als Gerrie en Annie aan komen rijden: zij gaan even verder staan. In de middag rommelen we wat, gaat Wobbie zwemmen in het campingbad en sluiten we de middag af met een hapje en drankje met Gerrie en Annie. En evalueren we de afgelopen week: zo lang hebben we elkaar al niet meer gezien.                's Avonds zitten we nog lang buiten. De temperatuur is heerlijk, we hebben geen last van ongedierte en buren. De laatsten zitten allemaal met de kuis voor de buis. 

Donderdag 29 maart

We nemen afscheid van Camping Terre d'Océan, van de deze keer aardige mevrouw van de camping en natuurlijk van Gerrie en Annie. Honderdvijftig kilometer verder ligt Essaouira, het eerste doel voor vandaag. Na vijftig kilometer worden we aangehouden door de politie: we zouden te hard gereden hebben. We hebben helemaal geen zin in een discussie, we weten wat er gaat komen: hier gaat iemand zijn salaris aanvullen. En ja hoor, driehonderd dirham betalen en Wim wil een bon hebben. Hij krijgt tweehonderd dirham terug, geen bon, maar een waarschuwing niet meer te hard te rijden. Hij wordt niet eens bedankt. In Essaouira gaan we eerst naar de Carrefour voor water, toastjes, een fles wijn en bier. daarna parkeren we de camper ergens langs de boulevard, wat dichter bij het centrum. En dat centrum blijven we leuk vinden. Levendig, veel leuke winkeltjes en nu al veel toeristen. Her en der kom je er diverse artiesten tegen: muzikanten, een slangenbezweerder, een jonglerende voetballer enzovoort. En bedelaars, waaronder nogal wat mensen met een "lichamelijke beperking", die hun handicap nadrukkelijk laten zien. Weer in de camper rijden we langs de grote parkeerplaats langs de duinenrij. Er staan vier campers, daar waar er andere jaren tientallen stonden. De plek is een tijdje gesloten geweest en kost nu vijftig dirham, zonder voorzieningen. We rijden terug naar het surfdorp Sidi Kaoki en vinden een aardige plek op de nieuwe camping Soleil Kaoki, pal naast Kaoki Beach, waar we op de heenreis gestaan hebben. Een eenvoudige camping met toiletten en douches. De stroom is van dubieuze kwaliteit, daar beginnen we dus maar niet aan. Zonder die stroom kost het hier ook vijftig dirham per dag. En het weer? Veel wind, af en toe een bleek zonnetje en temperaturen rond de drie en twintig graden.

Vrijdag 30 en zaterdag 31 maart

Dag twee in Sidi Kaoki, en een mooie dag met volop zon en niet te veel wind. We maken weer een wandeling van drie uur. Eerst langs de zee tot een soort "Pause Café", waar we vroeger wel koffie gedronken hebben. Helaas is er geen koffie meer, het terras is afgesloten. Mogelijk om een moederhond met vijf pups binnen te houden. We lopen over de weg terug naar het dorp, waar ze wel koffie hebben. En een fraai uitzicht op het strand, waar drie groepjes sportievelingen les krijgen om het golfsurfen onder de knie te krijgen. De middag besteden we weer met het bijkomen in de zon. Uit de wind halen we bijna de dertig graden. Als we met een glaasje wijn en een pilsje op de tafel gezet hebben, komt er een oude man langs. Met een oude, gammele kinderwagen met een grote plank erop met koeken en noten. Wobbie vraagt naar de prijs van het één en ander. Twee koeken voor één blikje bier, en voor twee blikjes krijg je er ook nog een zak noten bij. Uiteindelijk krijgen we vier koeken voor één blikje bier voor hemzelf en vijf dirham voor zijn vrouw. We kunnen er alle drie hartelijk om lachen. Aan het einde van de middag komen er nog vijf dromedarissen langs. Die hebben we al vaker gezien hier en lopen vrij rond. Maar wel met een touw om de beide voorpoten, dan zijn ze makkelijker te vangen. Tot slot zien we nog een prachtige zonsondergang even voor half negen (Marokkaanse tijd), en zit er alweer een dag op.

Op zaterdag gaan we weer tweehonderd kilometer verder naar het noorden. Eerst via Essaouira naar Safi. Halverwege ligt een grote plaats met de naam Talmest. En daar is kennelijk de jaarlijkse braderie gaande. Te beginnen met een markt langs de doorgaande weg, de N1. Stapvoets rijden dus. Na de markt begint de hoofdweg door de stad, en daar is nog veel meer volk op de been. Eten, allerlei volksvermaak en zelfs een heuse kermis. Met zelfs een mini-reuzenrad, waar iemand aan een slinger staat te draaien om het ding rond te krijgen. En heel veel politie en militairen om alles in goede banen te leiden. Druk gebarend dat we door moeten rijden. maar met al die mensen midden op de straat lukt dat amper. Rijden we zachtjes, is het weer niet goed. Eenmaal uit de drukte ontdekken we dat ons internettegoed op is. We moeten op zoek naar een "INWI shop". Na een mislukte poging die te vinden bij de Marjane in Safi, komen we er even later onverwacht een tegen. Voor     € 4,50 kunnen we onze laatste dagen in Marokko nog internetten. We stoppen weer in de kustplaats Oualidia op de camperparkeerplaats. Een soort traditie: elke Marokkoreis overnachten we hier één, soms wel twee keer. En Gerrie en Annie komen we hier weer tegen. Ook zij zijn op de terugreis. De campers zetten we in een hoekvorm, waardoor we lekker uit de wind kunnen zitten. Het wordt nog even spannend als een bewaker langs komt. Die vindt dat één van de campers verkeerd staat. Tot Gerrie een blikje bier te voorschijn haalt en het probleem plotseling opgelost is. Ook al een vast gebruik hier, bij ons, zijn de tajines van Ali. We moeten er voor bellen deze keer, maar om zes uur worden de twee bestelde tajines keurig afgeleverd. En voor morgen wil Ali wel een visbarbeque op het strand verzorgen. Natuurlijk wil Ali dat wel, maar morgen even niet: we gaan niet overdrijven.  

Zondag 1 april

Het is eerste Paasdag vandaag en daar merk je in Marokko helemaal niets van. Wel dat het een zondag is; het is druk in Oualidia. Heel veel dagjesmensen op het strand  en druk in de speeltuin voor ons, een gezellige boel hier. We beginnen weer met afscheid nemen: Gerrie en Annie gaan vandaag verder naar het noorden, naar Kenitra. Wij hadden al besloten om hier nog een dag te blijven en gaan weer wandelen. Eerst achter de duinenrij langs tot een waarschijnlijk islamitisch heiligdom. Enkele graven en twee bijna vervallen gebouwtjes. In de grootste een de mooiste staat een betonnen tombe. Kennelijk het graf van een geestelijke. We houden er een "mandarijntjespauze", waarna we over het strand teruglopen. Dat gaat nogal moeizaam, het is hier geen wandelstrand. Op het gedeelte voor het dorp wordt alles in gereedheid gebracht voor de middagmaaltijd. Tafels, parasols, bakken met houtskool en roosters. De vissen kun je uitzoeken uit koelboxen, worden vervolgens gegrild en op het strand opgegeten. Wij slaan deze keer over, eten een stokbroodje bij de camper en zitten een poos heerlijk in de zon. Tot slot van deze laatste dag in Oualidia maken we nog een ommetje door het dorp. Morgen gaan ook wij verder naar het noorden.

Maandag 2 en dinsdag 3 april

Op naar het noorden dus; voorbij El Jadida, Casablanca en Rabat naar Kenitra. En over de tolweg, we willen een beetje doorrijden. Deze laatste dagen is het vooral een kwestie van kilometers maken. Bovendien is het weer even lekker om alleen maar met het rijden bezig te zijn: geen gaten of rafelranden ontwijken en geen tegenliggers. Over de ruim driehonderd kilometer doen we zo'n vier uur en dat kost vijftien euro aan tolgelden. Op weg naar de camping in Kenitra kom je eerst langs de supermarkt Marjane, handig voor de laatste boodschappen en een volle tank diesel. Op Camping La Chenaie vinden we nog een mooie plek. Na het eten gaan we onder een inmiddels stralende zon de stad in. Het is er gezellig druk en het centrum is eigenlijk één grote open lucht souk (markt). We kopen er nog wat dingetjes voor de kleinkinderen en Wobbie ziet in een stoffenzaak prachtige glitterstof. Echt iets voor één van onze kleindochters. We maken een foto en zoeken contact met Oosterbeek, hetgeen nog even niet lukt. Vorig jaar waren we hier ook en kwamen toen terecht bij een gloednieuwe smoothie-tent. Die is er nog steeds en heeft nog steeds dezelfde heerlijke smoothies. Terug bij de camper is er plotseling contact met Oosterbeek, met als conclusie dat we terug moeten naar het centrum om stof te kopen. Een groot verschil met het Kenitra van vorig jaar zijn de stadsbussen. In plaats van ramen waren die aan de trottoirkant voorzien van zwarte, houten platen. Alle bussen hebben nu weer ramen en dat ziet er veel minder sinister uit. Terug op de camping, erg rommelig en slecht sanitair, is die inmiddels weer overvol. Allemaal camperaars op de terugweg naar Europa. Het voordeel hier is dat je nog maar tweehonderd kilometer van de boot bent, een centrum bijna om de hoek hebt en de prijs maar vier euro is (zonder stroom en warme douches).  

Op dinsdag de één na laatste etappe in Marokko: van Kenitra naar Assilah. Daar kunnen we kiezen uit een parkeerplaats, met uitzicht over de zee, voor veertig dirham of voor twee campings met voorzieningen voor twintig dirham meer. Wij kiezen deze keer voor een camping vanwege de douches. Rond het middaguur gaan we Assilah in: altijd weer leuk. We eten voor de laatste keer hier een tajine met kip en slenteren door de medina. Waar je te pas en te onpas Chinese toeristen tegenkomt. Vooral te onpas. Wil je ergens een foto van maken, staan er uit het niets Chinezen voor je neus. Met z'n allen alleen op de wereld. Vanavond op tijd naar bed, want om twaalf uur morgenvroeg vaart de boot uit. Tenminste volgens de dienstregeling.

Woensdag 4 april

De dag van de terugtocht naar Europa. We zijn ruim op tijd bij de haven en daar is het erg rustig. Eerst tickets voor de boot ophalen bij Balearia, daarna twee gele uitreisbriefjes voor personen inleveren bij de politie en een uitreisbriefje voor de camper afgeven bij de douane. Tot slot door de scanner, waarop iemand in de camper wil kijken. Hij wil de huishoudaccu zien. En die zit goed verstopt onder in een kastje. Op de vraag of die groot  is zeggen we ja: en zwaar, wel zestig kilo. Waarop de man het wel goed vindt verder. Het is daarna even wachten op de boot, maar we hebben er prachtig weer bij. De overtocht zelf is saai. De boot en de route kunnen we zo onderhand wel dromen. Behalve dat we nu voor het eerst dolfijnen zien, even voor de haven van Algeciras; er staan er twee op een foto. In Spanje gaan we zoals altijd een nacht op het industrieterrein van Palmones staan, samen met weer veel andere campers. En we doen boodschappen bij de Lidl, Carrefour, Mercadonna, Leroy Merlin en Fifty Factory. Die laatste is een outlet-kledingwinkel en beroemd bij de camperaars die hier komen.   

Donderdag 5 en vrijdag 6 april

We gaan vandaag Andalusië in. Eerst langs de kust tot Marbella en dat is één lang lint van hotels, appartementen en eetgelegenheden. Wat een wereld van verschil met Marokko, op de boulevard van Agadir na. Bij Marbella gaan we het binnenland in. In de buurt van Antequera loopt een oud wandelpad door een diepe kloof. Deels tegen een bergwand geplakt en een paar jaar geleden gerestaureerd. En dat is nu een toeristische attractie. Kaarten kun je ver van te voren via internet bestellen. Behalve als je om negen uur 's ochtends bij de kassa bent, dan worden er een aantal losse kaarten verkocht. We gaan er vandaag alvast kijken. Het parkeren van de camper in een soort kloof is nog een hele klus want het is er druk vanwege de paasvakantie. Op weg naar de ingang worden er net briefjes opgehangen: de "Caminito del Rey" is de rest van de dag gesloten vanwege de harde wind. Terug bij de camper zitten we nog even lekker in de zon, en uit de wind, waarna we een camperplek opzoeken. We komen dertig kilometer verder terecht in het dorp Campillos, op een gloednieuwe camperplek met zes plaatsen. Morgen vroeg op voor de Caminito del Rey.

Op vrijdag morgen vroeg zijn we keurig op tijd voor twee lossen kaartjes. Tien euro per stuk inclusief een witte helm. De wandeling is prachtig met tal van uitkijkjes door de kloof. Met af en toe nog de sporen van het oude pad van meer dan honderd jaar geleden. Dat oude pad moet een kunstwerk geweest zijn, zeker voor die tijd. Het nieuwe pad mag er overigens ook zijn. Overigens moet je niet al te veel last hebben van hoogtevrees. Naar het beginpunt is het een half uur lopen, de tocht zelf anderhalf uur en daarna opnieuw een half uur naar de bus die je terugbrengt naar het beginpunt. Al met al een ochtend vullend programma. Vervolgens rijden we terug naar de grote plaats Antequera. Daar in de buurt ligt een natuurpark met de naam El Torcal. Boven op een berg ligt een informatiecentrum te midden van heel bijzondere rotsformaties. Vooral horizontaal, grijs gestapelde rotsblokken. Een soort Tafraout in Marokko, maar dan anders en in Spanje. Op een uitgezette klauterroute van drie kilometer komen we behalve fraaie rotsformaties, ook nog een soort berggeit tegen. Een prachtig beest en ook nog fotogeniek. Als we uitgekeken en uitgeklauterd zijn, gaan we terug naar de kust. Naar de camperplaats in de badplaats La Cala de Mijas. Daar zijn we twee jaar geleden ook geweest. Het is er druk met wel vijfendertig campers.    

Zaterdag 7 en zondag 8 april

Vannacht begon het zowaar te regenen. Het is weken geleden dat de camper voor het laatst nat geweest is. Tot in de ochtend is het een natte boel. Voor onze neus wordt de weekmarkt opgebouwd. Eén hele lange rij met aan weerszijden kramen. Het duurt lang voordat alles ingericht is, mede vanwege het slechte weer. Als het eindelijk droog is nemen we een kijkje. Eigenlijk niet meer dan een toeristenmarkt, met opvallend veel Engelsen met kinderen. Na het wandelingetje gaan we rijden. Via Malaga, Motril en Adra gaan we naar Roquetas de Mar. Het eerste deel van de route is razend druk, maar ondanks dat en het sombere weer aardig om te rijden. Dat verandert gaandeweg, als het landschap ontsierd wordt door steeds meer plastic kassen. Voor zover je er iets van kunt zien, groeien daar vooral tomaten en paprika's. In Roquetas de Mar zoeken we de gedoogpek weer op aan het einde van de boulevard. Een mix-parking, waar nu een zestal campers staan en een paar auto's. En de zon komt er tevoorschijn, maar het gaat ook steeds harder waaien. We lopen een keer langs de boulevard met de wind in de rug, en terug met de wind tegen. De terugweg duurt een keer zo lang. Terug bij de camper staat deze te deinen als een boot. We gaan een rondje Roquetas rijden op zoek naar een wat meer beschutte plek. Die vinden we helemaal achterin een doodlopende straat. Wij staan er moederziel alleen, tot ver in de avond. Dan stoppen er met een zekere regelmaat auto's. Geen idee wat die daar doen, na enige tijd vertrekken ze weer. Dat gaat door tot diep in de nacht en houden ons uit de slaap.

Op zondagmorgen gaan we maar weer eens douchen in de camper en ruimen de boel wat op. Waarna we terugrijden naar de parkeerplaats aan het strand. Daar waait het nog steeds erg hard. We doen een poging om uit de wind, in de zon te zitten achter wat muurtjes van de boulevard. Dat houden we vol tot een uur of drie, dan hebben we er schoon genoeg van. We pakken de boel in en gaan rijden. Eerst naar een parkeerplaats midden in het dorp Nijbar, een eindje het binnenland in. Vinden we eigenlijk niks en rijden verder naar het natuurpark Cabo de Gata. Daar ergens ligt een gehucht met de naam Rodalquilar, waar zich de ruïnes bevinden van een oude goudmijn. Een bizar dorp: de ene helft bestaat uit ruïnes van arbeiderswoningen van de mijn, de andere helft uit spierwitte vakantiebungalows. Het complex van de mijn zelf ligt een eindje boven het dorp. Er voor ligt een soort parkeerterrein en daar gaan we staan. In de luwte van de nog steeds harde wind, dachten wij, Maar daar denkt de wind heel anders over: kan die niet van achteren komen, dan maar van voren. 

Maandag 9 april

Na een onstuimige nacht met enorme windstoten vertrekken we vroeg uit Rodalquilar. We proberen de kustweg naar het noorden te volgen. En dat valt nog niet mee, want de TomTom heeft hele andere ideeën. Uiteindelijk rijden we via Carboneras, Mojacar en Vera naar Aquilas. Daar stoppen we voor de lunch en bepalen het einddoel voor vandaag. En dat wordt de plaats Totana, een eind het binnenland in, ergens tussen Lorca en Murcia. We zien de zon steeds vaker onderweg, maar helaas blijft het hard waaien. Zo ook in Totana op de camperplek "Camperstop Sierra Espuña". Zeven euro per nacht, zonder stroom: een douche kost één euro. De erg goede wifi is gratis. Mooi aangelegd, fraaie vergezichten, maar nogal afgelegen. En als het wat minder hard gaat waaien kunnen we misschien weer tv kijken vanavond. 

Dinsdag 10 en woensdag 11 april

Na een windstille nacht begint de dag zonnig. Toch gaan we weer rijden, nu tweehonderd kilometer verder naar het noorden. De TomTom bepaalt de route voor vandaag en die gaat langs Murcia, Elche, Alicante en Alcoi. We stoppen in het gehucht Bellús. Even daarbuiten ligt een enorm complex met een begraafplaats, voetbalveld, picknick terreinen, een stuwmeer en dus ook een fraaie gratis camperplaats (foto). Eenmaal geïnstalleerd gaan we op onderzoek uit. Het gehucht is stil en een beetje doods. Maar aan de buitenkant zijn een paar goed aangegeven wandelroutes te vinden. Eén ervan loopt door een kloof met water en leidt langs enkele grotten waar heel lang geleden mensen geleefd hebben. Helaas allemaal voorzien van hekken. Bij de bekendste grot, de Cova Negre, keren we om en gaan terug. Het is ondertussen zwaar bewolkt en het miezert wat. Na bijna tien kilometer zijn we terug bij de campers, er staan er inmiddels vijf. Voor in de avond is er nog een begrafenis, waarna het erg stil wordt om ons heen.

De woensdag is een erg sombere en koude dag wat het weer betreft, zwaar bewolkt en af en toe regenbuien. De temperatuur komt maar amper boven de twaalf graden. Rijden dus, doorstomen naar het noorden. We stoppen rond het middaguur op de camperplaats in El Grao de Castellón, eten er wat en kijken naar buiten, naar het sombere weer. We besluiten om nog maar een stuk verder te rijden, en stoppen uiteindelijk in de buurt van het dorp Amposta, in de Delta Del Ebro. En staan op een gratis grote camperplek naast een restaurant, Casa de Fusta, en een bezoekerscentrum. Tussen de buien door lopen we nog even het deltagebied in. Vogels, rietvelden, water en nu nog kale rijstvelden zijn de kernwoorden hier.

Donderdag 12 april

Op naar het noorden van Spanje, maar daarvoor moeten we eerst de Delta van de Ebro uit zien te komen. En dat valt nog niet mee ondanks de TomTom en de navigatie op de smartphone. Bovendien komen we een wegomleiding tegen en dan wordt het nog ingewikkelder. Uiteraard komt het allemaal goed en rijden we driehonderdvijftig kilometer door een afwisselend landschap. En ook het weer is afwisselend: veel wolken, soms wat zon, af en toe een regenbui en temperaturen van rond de tien graden. We stoppen in Platja d'Aro. In de straat naast de afgesloten camperplaats is geen plaats meer, maar even verder op een stuk niemandsland vinden we nog een aardige plek tussen een vijftiental andere campers. Overigens verkeert Platja d'Aro nog in winterslaap, er is nog veel gesloten. Bovendien zijn de Catalanen de afgelopen maanden druk geweest met hun "vrijheidsstrijd". Op veel plekken hangen nog vlaggen en vooral gele linten en strikken als symbool van dat streven.

Vrijdag 13 en Zaterdag 14 april

Alweer een sombere dag zonder zon. We rijden naar de Franse grens en stoppen even in La Jonquera, waar we een nieuw en enorm groot outletcentrum tegen komen. Met vooral leuke kleding voor de kleinkinderen. Ergens bij Narbonne moeten we kiezen: of daar in de buurt blijven, of doorstomen de A75 op richting Clermont Ferrand. Het wordt dus het laatste. Een eind voorbij de beroemde brug van Millau stoppen we rond een uur of zes in het dorp La Canourgue. Met een aardige camperplek voor twintig campers en al bijna vol. Met nog één mooie vrije plek en die pikken wij in.

In de nacht van vrijdag op zaterdag regent het voortdurend. Ook op de zaterdagmorgen is het nog een natte boel. Een goede reden om weer te gaan rijden. We zijn voor ons gevoel aan het einde van deze reis gekomen. Via Clermont Ferrand, Moulins en Nevers stoppen we ergens tussen Sens en Troyes. Weer op de mooie camperplek in het gehucht Aix en Othe, waar we al veel vaker geweest zijn. Op wifi na van alle gemakken voorzien met zelfs heerlijke douches. Morgen de laatste etappe. 

Zondag 15 april

Als we opstaan zien we de zon en die maakt de laatste route vandaag wel zo aardig. Het is nog een heel eind van Aix en Orthe naar Apeldoorn, maar de wegen zijn goed in Noord Frankrijk en, vanwege de zondag, is er weinig vrachtverkeer op de weg. De wegen in België zijn een ander verhaal, zelfs de eens zo fraaie weg door de Ardennen wordt steeds meer een gatenkaas. We zijn snel door het altijd spannende Luik heen en sedert de tunnel klaar is, zie je van Maastricht niets meer. Tegen het einde van de middag zijn we bij de afslag naar Oosterbeek. En daar gaan we natuurlijk even langs; de kleinkinderen zitten op ons te wachten. Rond zeven uur staat de camper weer naast ons huis in Apeldoorn en zit er weer een reis op. En ondanks het mindere weer in vergelijking met voorgaande jaren, blijft Marokko een fascinerend land, waar we zeker terugkomen. We willen alle volgers van deze site en andere belangstellenden voor deze reis bedanken voor de interesse en reacties. Op naar de volgende reis en een nieuw verslag. 

Maak een Gratis Website met JouwWeb